BWBR0038272
Geldig vanaf 2016-07-15
Artikel 3
Aanwijzings- en mandaatbesluit Wet op het accountantsberoep 2016
1. Aan de landelijk directeur van het onderdeel Belastingdienst/Grote ondernemingen van de Belastingdienst wordt machtiging en volmacht verleend voor het verrichten van feitelijke handelingen of rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, genoemd in artikel 56 van de Wet op het accountantsberoep.
2. Aan de landelijk directeur van het onderdeel Belastingdienst/Grote ondernemingen van de Belastingdienst wordt mandaat verleend voor de uitoefening van de bevoegdheid om verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, genoemd in artikel 56 van de Wet op het accountantsberoep, in te vorderen bij dwangbevel.
3. De landelijk directeur van het onderdeel Belastingdienst/Grote ondernemingen van de Belastingdienst kan voor de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, machtiging, volmacht respectievelijk ondermandaat verlenen aan medewerkers van het onderdeel Belastingdienst/Grote ondernemingen van de Belastingdienst.
2. Aan de landelijk directeur van het onderdeel Belastingdienst/Grote ondernemingen van de Belastingdienst wordt mandaat verleend voor de uitoefening van de bevoegdheid om verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, genoemd in artikel 56 van de Wet op het accountantsberoep, in te vorderen bij dwangbevel.
3. De landelijk directeur van het onderdeel Belastingdienst/Grote ondernemingen van de Belastingdienst kan voor de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, machtiging, volmacht respectievelijk ondermandaat verlenen aan medewerkers van het onderdeel Belastingdienst/Grote ondernemingen van de Belastingdienst.