BWBR0038234
Geldig vanaf 13-07-2016
Artikel 3
Beleidsregels inning bestuursrechtelijke premie Zorgverzekeringswet 2016
1. Het Zorginstituut bericht de verzekeringnemer zo spoedig mogelijk dat de verzekeringnemer de bestuursrechtelijke premie verschuldigd is. Het Zorginstituut deelt daarbij ten minste mee:
a. dat degene die bij het Zorginstituut is gemeld op grond van artikel 18c van de Zorgverzekeringswet tot nader bericht van het Zorginstituut bestuursrechtelijke premie per maand verschuldigd is;
b. dat de bestuursrechtelijke premie, voor degene die op grond van artikel 9d, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet verzekerd is, per maand verschuldigd is gedurende 12 maanden;
c. wat de hoogte van de bestuursrechtelijke premie per maand is;
d. dat het Zorginstituut, indien mogelijk, de volledige bestuursrechtelijke premie, op de inkomsten van de verzekeringnemer, bedoeld in artikel 18f, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet zal doen inhouden;
e. dat het Zorginstituut, indien onderdeel d geen toepassing vindt, de bestuursrechtelijke premie int door de aan de verzekeringnemer toekomende zorgtoeslag op grond van de wet op de Zorgtoeslag of het voorschot daarop aan zich te laten uitbetalen;
f. dat het Zorginstituut indien onderdeel d geen toepassing vindt en onderdeel e wel toepassing vindt het restant van de bestuursrechtelijke premie op andere wijze in rekening zal brengen;
g. dat het Zorginstituut, indien sprake is van melding van overige verzekerden naast de verzekeringnemer op grond van artikel 18c van de Zorgverzekeringswet, de bestuursrechtelijke premie voor deze verzekerden op andere wijze in rekening brengt dan met toepassing van onderdeel d;
h. dat het niet mogelijk is bezwaar aan te tekenen tegen een besluit over de verschuldigdheid van de bestuursrechtelijke premie of de hoogte daarvan.
2. Het Zorginstituut kan besluiten de heffing en inning van de bestuursrechtelijke premie te wijzigen. Het Zorginstituut zal de verzekeringnemer daarover tijdig berichten.
3. Indien de hoogte van de bestuursrechtelijke premie wijzigt stuurt het Zorginstituut voorafgaand aan de wijziging bericht daarvan aan de verzekeringnemer en, indien sprake is van een inhoudingsplichtige, aan de inhoudingsplichtige.
a. dat degene die bij het Zorginstituut is gemeld op grond van artikel 18c van de Zorgverzekeringswet tot nader bericht van het Zorginstituut bestuursrechtelijke premie per maand verschuldigd is;
b. dat de bestuursrechtelijke premie, voor degene die op grond van artikel 9d, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet verzekerd is, per maand verschuldigd is gedurende 12 maanden;
c. wat de hoogte van de bestuursrechtelijke premie per maand is;
d. dat het Zorginstituut, indien mogelijk, de volledige bestuursrechtelijke premie, op de inkomsten van de verzekeringnemer, bedoeld in artikel 18f, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet zal doen inhouden;
e. dat het Zorginstituut, indien onderdeel d geen toepassing vindt, de bestuursrechtelijke premie int door de aan de verzekeringnemer toekomende zorgtoeslag op grond van de wet op de Zorgtoeslag of het voorschot daarop aan zich te laten uitbetalen;
f. dat het Zorginstituut indien onderdeel d geen toepassing vindt en onderdeel e wel toepassing vindt het restant van de bestuursrechtelijke premie op andere wijze in rekening zal brengen;
g. dat het Zorginstituut, indien sprake is van melding van overige verzekerden naast de verzekeringnemer op grond van artikel 18c van de Zorgverzekeringswet, de bestuursrechtelijke premie voor deze verzekerden op andere wijze in rekening brengt dan met toepassing van onderdeel d;
h. dat het niet mogelijk is bezwaar aan te tekenen tegen een besluit over de verschuldigdheid van de bestuursrechtelijke premie of de hoogte daarvan.
2. Het Zorginstituut kan besluiten de heffing en inning van de bestuursrechtelijke premie te wijzigen. Het Zorginstituut zal de verzekeringnemer daarover tijdig berichten.
3. Indien de hoogte van de bestuursrechtelijke premie wijzigt stuurt het Zorginstituut voorafgaand aan de wijziging bericht daarvan aan de verzekeringnemer en, indien sprake is van een inhoudingsplichtige, aan de inhoudingsplichtige.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038234
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl