BWBR0038127
Geldig vanaf 2016-07-01
Artikel 4
Besluit taakuitoefening IJZ
1. De inspectie richt haar werkzaamheden in op basis van een jaarwerkprogramma, dat wordt gepubliceerd voor aanvang van het betreffende kalenderjaar. In het jaarwerkprogramma wordt de inzet van personeel en middelen van de inspectie voor de diverse werkzaamheden op hoofdlijnen gekwantificeerd aangegeven.
2. Na raadpleging van de relevante partijen maakt de secretaris-generaal zijn bevindingen en opvattingen ten aanzien van een nog op te stellen jaarwerkprogramma kenbaar aan de inspectie. De inspectie stelt vervolgens het jaarwerkprogramma op en betrekt hierin deze bevindingen en opvattingen.
3. De hoofdinspecteur stelt het jaarwerkprogramma vast en biedt het via de secretaris-generaal aan de minister aan ter goedkeuring.
4. Indien de minister het jaarwerkprogramma niet goedkeurt, wordt de hoofdinspecteur in de gelegenheid gesteld het opnieuw vast te stellen, met inachtneming van de opmerkingen van de minister.
2. Na raadpleging van de relevante partijen maakt de secretaris-generaal zijn bevindingen en opvattingen ten aanzien van een nog op te stellen jaarwerkprogramma kenbaar aan de inspectie. De inspectie stelt vervolgens het jaarwerkprogramma op en betrekt hierin deze bevindingen en opvattingen.
3. De hoofdinspecteur stelt het jaarwerkprogramma vast en biedt het via de secretaris-generaal aan de minister aan ter goedkeuring.
4. Indien de minister het jaarwerkprogramma niet goedkeurt, wordt de hoofdinspecteur in de gelegenheid gesteld het opnieuw vast te stellen, met inachtneming van de opmerkingen van de minister.