BWBR0038127
Geldig vanaf 2016-07-01
Artikel 3
Besluit taakuitoefening IJZ
1. Een aanwijzing die betrekking heeft op de inspectie, wordt schriftelijk gegeven door de minister aan de hoofdinspecteur.
2. De minister geeft aan de inspectie geen aanwijzingen:
a. die inhouden dat een door de inspectie voorgenomen onderzoek achterwege dient te worden gelaten;
b. ten aanzien van de wijze waarop een onderzoek wordt verricht; en
c. ten aanzien van de bevindingen, oordelen of adviezen die de inspectie doet of vaststelt.
3. Indien de minister een aanwijzing geeft doet hij daarvan onverwijld mededeling aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
4. De bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen aan de inspectie wordt niet gemandateerd.
5. Het tweede, derde en vierde lid zijn niet van toepassing op aanwijzingen die betrekking hebben op de bedrijfsmatige aspecten van de inspectie.
2. De minister geeft aan de inspectie geen aanwijzingen:
a. die inhouden dat een door de inspectie voorgenomen onderzoek achterwege dient te worden gelaten;
b. ten aanzien van de wijze waarop een onderzoek wordt verricht; en
c. ten aanzien van de bevindingen, oordelen of adviezen die de inspectie doet of vaststelt.
3. Indien de minister een aanwijzing geeft doet hij daarvan onverwijld mededeling aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
4. De bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen aan de inspectie wordt niet gemandateerd.
5. Het tweede, derde en vierde lid zijn niet van toepassing op aanwijzingen die betrekking hebben op de bedrijfsmatige aspecten van de inspectie.