BWBR0038125
Geldig vanaf 2016-06-30
Artikel 3
Beleidsregel aanwijzing rijksmonumenten en wijziging rijksmonumentenregister Erfgoedwet
1. De Minister maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid tot aanwijzing, bedoeld in artikel 3.1 van de Erfgoedwet.
2. De Minister wijst een monument of archeologisch monument niet aan als rijksmonument indien dit naar zijn oordeel, gelet op de aard en de omvang van het monument of archeologisch monument, geen passend beschermingsinstrument is.
3. De Minister wijst een monument of archeologisch monument niet aan als rijksmonument indien het monument of archeologisch monument eerder is beoordeeld.
4. De Minister kan een monument of archeologisch monument in afwijking van het derde lid aanwijzen als rijksmonument indien nieuwe feiten of veranderde omstandigheden daar naar het oordeel van de Minister aanleiding toe geven.
2. De Minister wijst een monument of archeologisch monument niet aan als rijksmonument indien dit naar zijn oordeel, gelet op de aard en de omvang van het monument of archeologisch monument, geen passend beschermingsinstrument is.
3. De Minister wijst een monument of archeologisch monument niet aan als rijksmonument indien het monument of archeologisch monument eerder is beoordeeld.
4. De Minister kan een monument of archeologisch monument in afwijking van het derde lid aanwijzen als rijksmonument indien nieuwe feiten of veranderde omstandigheden daar naar het oordeel van de Minister aanleiding toe geven.