BWBR0038053
Geldig vanaf 2016-07-01
Artikel 4
Subsidieregeling waterveiligheid en waterzekerheid stedelijke delta's
1. Het subsidieplafond voor 2016 bedraagt € 3.000.000.
2. Het subsidieplafond voor 2017 bedraagt € 4.000.000, waarvan € 2.000.000 beschikbaar is voor de eerste aanvraagperiode en € 2.000.000 voor de tweede aanvraagperiode.
3. Het subsidieplafond voor zowel 2018 als 2019 bedraagt € 4.000.000, waarvan € 2.000.000 beschikbaar is voor de eerste aanvraagperiode en € 2.000.000 voor de tweede aanvraagperiode.
4. De Minister stelt het subsidieplafond voor de daaropvolgende jaren vast en maakt dit bekend in de Staatscourant voor de aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld.
5. De verdeling van de beschikbare gelden vindt plaats op basis van rangschikking van de aanvragen.
6. Indien het bedrag dat in een periode beschikbaar is voor aanvragen voor haalbaarheids- dan wel pilotprojecten niet volledig wordt benut, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het in die periode beschikbare bedrag voor aanvragen voor de andere projectsoort dat nog niet volledig is benut.
7. In afwijking van het vijfde lid vindt, indien een gevraagde subsidie niet geheel doch voor ten minste 70% kan worden verstrekt omdat het subsidieplafond bijna is bereikt, overleg plaats met de desbetreffende aanvrager over het al dan niet geven van een beschikking houdende een afwijking van het subsidiebedrag dat is gevraagd.
2. Het subsidieplafond voor 2017 bedraagt € 4.000.000, waarvan € 2.000.000 beschikbaar is voor de eerste aanvraagperiode en € 2.000.000 voor de tweede aanvraagperiode.
3. Het subsidieplafond voor zowel 2018 als 2019 bedraagt € 4.000.000, waarvan € 2.000.000 beschikbaar is voor de eerste aanvraagperiode en € 2.000.000 voor de tweede aanvraagperiode.
4. De Minister stelt het subsidieplafond voor de daaropvolgende jaren vast en maakt dit bekend in de Staatscourant voor de aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld.
5. De verdeling van de beschikbare gelden vindt plaats op basis van rangschikking van de aanvragen.
6. Indien het bedrag dat in een periode beschikbaar is voor aanvragen voor haalbaarheids- dan wel pilotprojecten niet volledig wordt benut, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het in die periode beschikbare bedrag voor aanvragen voor de andere projectsoort dat nog niet volledig is benut.
7. In afwijking van het vijfde lid vindt, indien een gevraagde subsidie niet geheel doch voor ten minste 70% kan worden verstrekt omdat het subsidieplafond bijna is bereikt, overleg plaats met de desbetreffende aanvrager over het al dan niet geven van een beschikking houdende een afwijking van het subsidiebedrag dat is gevraagd.