BWBR0037899
Geldig vanaf 2016-05-03
Artikel 3
Beleidsregel tegemoetkoming visverbod voor het jaar 2015
1. De Minister verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming aan degene die tot en met 31 december 2014 viste in de wateren, bedoeld in bijlage 16 van de Uitvoeringsregeling visserij, en wiens overeenkomst van huur van visrecht of schriftelijke toestemming voor het stellen van vaste vistuigen in 2015 door de Minister is opgezegd onderscheidenlijk ingetrokken als gevolg van het visverbod, bedoeld in artikel 28b van de Uitvoeringsregeling visserij, voor zover door de aanvrager geen vervangende vislocatie is geaccepteerd.
2. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt voor de door de huurder of de houder van de schriftelijke toestemming met het oog op de visserij gedurende de looptijd gemaakte kosten, welke wegens de vroegere beëindiging van de huur of de toestemming niet meer uit de te verkrijgen opbrengsten van de visserij kunnen worden goedgemaakt.
3. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend vanaf 1 januari 2015 over een periode van een jaar.
4. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt voor kosten die met het oog op de visserij zijn gemaakt voor onder meer de volgende posten:
a. afschrijvingen op vaste activa, voor zover nog niet afgeschreven;
b. personeelskosten, waarbij rekening wordt gehouden met kostenbeperkende maatregelen die getroffen zijn of redelijkerwijs getroffen hadden kunnen worden;
c. financieringskosten, voor zover die kosten gedurende de resterende looptijd van de beëindigde overeenkomst van huur van visrecht of de schriftelijke toestemming voor het stellen van vaste vistuigen niet meer kunnen worden goed gemaakt;
d. overige vaste kosten die zijn gemaakt in 2015 en die voortvloeien uit onomkeerbare verplichtingen die zijn aangegaan voor 1 januari 2015.
5. Voor zover een tegemoetkoming wordt verstrekt in de afschrijvingskosten van productiemiddelen, worden de afschrijvingskosten in 2013 en 2014 als referentie gehouden.
6. Indien bedrijfsmiddelen kunnen worden blijven ingezet voor de visserij, zal de tegemoetkoming naar rato worden toegekend.
2. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt voor de door de huurder of de houder van de schriftelijke toestemming met het oog op de visserij gedurende de looptijd gemaakte kosten, welke wegens de vroegere beëindiging van de huur of de toestemming niet meer uit de te verkrijgen opbrengsten van de visserij kunnen worden goedgemaakt.
3. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend vanaf 1 januari 2015 over een periode van een jaar.
4. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt voor kosten die met het oog op de visserij zijn gemaakt voor onder meer de volgende posten:
a. afschrijvingen op vaste activa, voor zover nog niet afgeschreven;
b. personeelskosten, waarbij rekening wordt gehouden met kostenbeperkende maatregelen die getroffen zijn of redelijkerwijs getroffen hadden kunnen worden;
c. financieringskosten, voor zover die kosten gedurende de resterende looptijd van de beëindigde overeenkomst van huur van visrecht of de schriftelijke toestemming voor het stellen van vaste vistuigen niet meer kunnen worden goed gemaakt;
d. overige vaste kosten die zijn gemaakt in 2015 en die voortvloeien uit onomkeerbare verplichtingen die zijn aangegaan voor 1 januari 2015.
5. Voor zover een tegemoetkoming wordt verstrekt in de afschrijvingskosten van productiemiddelen, worden de afschrijvingskosten in 2013 en 2014 als referentie gehouden.
6. Indien bedrijfsmiddelen kunnen worden blijven ingezet voor de visserij, zal de tegemoetkoming naar rato worden toegekend.