BWBR0037866
Geldig vanaf 2016-07-01
Artikel 2.7
Besluit Erfgoedwet archeologie
1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet, is niet van toepassing op een opgraving die door de Minister van Defensie wordt verricht met betrekking tot:
a. militaire vliegtuigwrakken;
b. slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog; of
c. niet-gesprongen explosieven.
2. Artikel 5.6, eerste en vierde lid, van de wetis van overeenkomstige toepassing op een opgraving bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a.
3. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is slechts van toepassing indien een archeologische waardering heeft plaatsgevonden.
4. Onze Minister en Onze Ministers van Defensie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stellen een protocol vast over de werkwijze met betrekking tot de archeologische waardering.
a. militaire vliegtuigwrakken;
b. slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog; of
c. niet-gesprongen explosieven.
2. Artikel 5.6, eerste en vierde lid, van de wetis van overeenkomstige toepassing op een opgraving bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a.
3. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is slechts van toepassing indien een archeologische waardering heeft plaatsgevonden.
4. Onze Minister en Onze Ministers van Defensie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stellen een protocol vast over de werkwijze met betrekking tot de archeologische waardering.