BWBR0037852
Geldig vanaf 2023-01-25
Artikel 3g
Wet bescherming klokkenluiders
1. Een medewerker van het bureau meldt onverwijld aan de voorzitter van het Huis dat het advies of onderzoek, bedoeld in artikel 3a, tweede en derde lid,
a. hemzelf of een van zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad aangaat;
b. een instelling of rechtspersoon betreft waarbij hij werkt, heeft gewerkt of belang heeft;
c. een vermoeden van een misstand betreft waarbij hij mogelijk betrokken is of is geweest;
d. anderszins de schijn van belangenverstrengeling kan wekken.
2. De voorzitter beslist of de medewerker zich om deze reden van deelneming aan het advies of onderzoek onthoudt.
a. hemzelf of een van zijn bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad aangaat;
b. een instelling of rechtspersoon betreft waarbij hij werkt, heeft gewerkt of belang heeft;
c. een vermoeden van een misstand betreft waarbij hij mogelijk betrokken is of is geweest;
d. anderszins de schijn van belangenverstrengeling kan wekken.
2. De voorzitter beslist of de medewerker zich om deze reden van deelneming aan het advies of onderzoek onthoudt.