BWBR0037799
Geldig vanaf 06-04-2016
Artikel 9
Beleidsregel internationale passagiersvervoerdienst
1. De marktonderzoeken die ten grondslag liggen aan de informatie als bedoeld in artikel 5 worden getoetst op de aspecten, zoals genoemd in artikel 8.
2. Ter uitvoering van de kwantitatieve analyse, bedoeld in artikel 8, eerste lid, Uitvoeringsverordening, berekent ACM:
a. de vervoersvraag, bedoeld in artikel 8 lid 2 sub c) van de Uitvoeringsverordening, als de verhouding tussen het aantal Internationale reizen en de som van het aantal Nationale en Internationale reizen;
b. de verhouding tussen de nominale opbrengst van de tickets en reserveringen van Internationale reizen enerzijds en de nominale opbrengst van de som van de tickets en reserveringen van Nationale en Internationale reizen anderzijds.
3. Als de uitkomst van de berekening onder lid 2 sub a of lid 2 sub b groter of gelijk is aan 50% beschouwt ACM dat als indicatie dat het Hoofddoel van de betrokken treindienst een Internationale passagiersvervoerdienst is.
4. ACM houdt bij de beoordeling van het Hoofddoel rekening met de gegevens van de eerste drie -en zo mogelijk vijf- dienstregeling jaren, zoals aangeleverd conform artikel 6. Indien redelijkerwijs de verwachting is dat de dienstregeling, het aantal Internationale reizen en/of de omzet van de voorgenomen Internationale passagiersvervoerdienst na de eerste drie, of -in voorkomend geval- vijf jaar van exploitatie significant af zal wijken van de eerste drie -of vijf- jaar, kan ACM ook navolgende jaren in aanmerking nemen.
2. Ter uitvoering van de kwantitatieve analyse, bedoeld in artikel 8, eerste lid, Uitvoeringsverordening, berekent ACM:
a. de vervoersvraag, bedoeld in artikel 8 lid 2 sub c) van de Uitvoeringsverordening, als de verhouding tussen het aantal Internationale reizen en de som van het aantal Nationale en Internationale reizen;
b. de verhouding tussen de nominale opbrengst van de tickets en reserveringen van Internationale reizen enerzijds en de nominale opbrengst van de som van de tickets en reserveringen van Nationale en Internationale reizen anderzijds.
3. Als de uitkomst van de berekening onder lid 2 sub a of lid 2 sub b groter of gelijk is aan 50% beschouwt ACM dat als indicatie dat het Hoofddoel van de betrokken treindienst een Internationale passagiersvervoerdienst is.
4. ACM houdt bij de beoordeling van het Hoofddoel rekening met de gegevens van de eerste drie -en zo mogelijk vijf- dienstregeling jaren, zoals aangeleverd conform artikel 6. Indien redelijkerwijs de verwachting is dat de dienstregeling, het aantal Internationale reizen en/of de omzet van de voorgenomen Internationale passagiersvervoerdienst na de eerste drie, of -in voorkomend geval- vijf jaar van exploitatie significant af zal wijken van de eerste drie -of vijf- jaar, kan ACM ook navolgende jaren in aanmerking nemen.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0037799
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl