BWBR0037799
Geldig vanaf 06-04-2016
Artikel 10
Beleidsregel internationale passagiersvervoerdienst
1. De marktonderzoeken die ten grondslag liggen aan de informatie als bedoeld in artikel 6 en artikel 7 worden getoetst op de aspecten, zoals genoemd in artikel 8.
2. In de economische analyse van de Concessie beoordeelt ACM de verhouding van het aantal passagiers dat de betrokken Concessiehouder verliest als gevolg van de voorgenomen Internationale passagiersvervoerdienst, ten opzichte van het totaal aantal passagiers dat op basis van de betrokken Concessie wordt vervoerd. ACM beschouwt hierbij meerdere reizen van één passagier als afzonderlijke passagiers.
3. Tevens beoordeelt ACM in de economische analyse de verhouding van de wegvallende omzet van de betrokken Concessiehouder, als gevolg van de voorgenomen Internationale passagiersvervoerdienst, ten opzichte van de totale omzet die deze Concessiehouder genereert op basis van de betrokken Concessie.
4. Als uit de hierboven, in lid 2 en 3, bedoelde analyse een vermindering van omzet of passagiersaantallen volgt van meer dan 1,7 procent per jaar gedurende de resterende looptijd van de Concessie, beschouwt ACM dat als indicatie dat er mogelijk sprake is van een significant negatieve impact op de rendabiliteit of op de netto kosten voor de Concessieverlener in de zin van artikel 13, eerste lid, Uitvoeringsverordening.
5. Indien sprake is van meerdere Meldingen, als gevolg van verschillende voorgenomen internationale passagiersvervoerdiensten, houdt ACM in haar beoordeling rekening met het totaal effect per kalenderjaar van die verschillende nieuwe internationale diensten tezamen op het Economisch evenwicht van de Concessie.
6. Indien in de Concessie expliciet is geregeld dat de Concessiehouder het aanbieden van Nationale reizen door Nieuwe aanbieders onvoorwaardelijk dient te gedogen, veronderstelt ACM dat het Economisch evenwicht niet in gedrang komt.
2. In de economische analyse van de Concessie beoordeelt ACM de verhouding van het aantal passagiers dat de betrokken Concessiehouder verliest als gevolg van de voorgenomen Internationale passagiersvervoerdienst, ten opzichte van het totaal aantal passagiers dat op basis van de betrokken Concessie wordt vervoerd. ACM beschouwt hierbij meerdere reizen van één passagier als afzonderlijke passagiers.
3. Tevens beoordeelt ACM in de economische analyse de verhouding van de wegvallende omzet van de betrokken Concessiehouder, als gevolg van de voorgenomen Internationale passagiersvervoerdienst, ten opzichte van de totale omzet die deze Concessiehouder genereert op basis van de betrokken Concessie.
4. Als uit de hierboven, in lid 2 en 3, bedoelde analyse een vermindering van omzet of passagiersaantallen volgt van meer dan 1,7 procent per jaar gedurende de resterende looptijd van de Concessie, beschouwt ACM dat als indicatie dat er mogelijk sprake is van een significant negatieve impact op de rendabiliteit of op de netto kosten voor de Concessieverlener in de zin van artikel 13, eerste lid, Uitvoeringsverordening.
5. Indien sprake is van meerdere Meldingen, als gevolg van verschillende voorgenomen internationale passagiersvervoerdiensten, houdt ACM in haar beoordeling rekening met het totaal effect per kalenderjaar van die verschillende nieuwe internationale diensten tezamen op het Economisch evenwicht van de Concessie.
6. Indien in de Concessie expliciet is geregeld dat de Concessiehouder het aanbieden van Nationale reizen door Nieuwe aanbieders onvoorwaardelijk dient te gedogen, veronderstelt ACM dat het Economisch evenwicht niet in gedrang komt.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0037799
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl