BWBR0037653
Geldig vanaf 2016-02-24
Artikel 7
Instellingsbesluit Commissie-Oosting II
1. De Commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.
2. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie, het openbaar ministerie en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met inbegrip van de baten-lastendienst SSC-ICT, verlenen de Commissie de verlangde medewerking, voor zover deze samenhangt met de ambtelijke taak en binnen de van toepassing zijnde wettelijke kaders. De Commissie krijgt toegang tot alle informatie die zij nodig heeft, met inachtneming van de protocollen die daartoe tussen de Commissie en de betrokken instanties worden opgesteld.
3. De Commissie is bevoegd, door tussenkomst van de Voorzitter van het College van procureurs-generaal de rijksrecherche te benaderen voor het doen van onderzoek.
4. De Commissie zal zich over de aan haar geboden medewerking verantwoorden in het onderzoeksrapport.
2. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie, het openbaar ministerie en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met inbegrip van de baten-lastendienst SSC-ICT, verlenen de Commissie de verlangde medewerking, voor zover deze samenhangt met de ambtelijke taak en binnen de van toepassing zijnde wettelijke kaders. De Commissie krijgt toegang tot alle informatie die zij nodig heeft, met inachtneming van de protocollen die daartoe tussen de Commissie en de betrokken instanties worden opgesteld.
3. De Commissie is bevoegd, door tussenkomst van de Voorzitter van het College van procureurs-generaal de rijksrecherche te benaderen voor het doen van onderzoek.
4. De Commissie zal zich over de aan haar geboden medewerking verantwoorden in het onderzoeksrapport.