BWBR0037653
Geldig vanaf 2016-02-24
Artikel 2
Instellingsbesluit Commissie-Oosting II
1. Er is een onafhankelijke commissie belast met de taak, bedoeld in het tweede lid.
2. In het verlengde van de werkzaamheden van de Onderzoekscommissie Ontnemingsschikking:
a. zal de Commissie nader onderzoek doen naar de reconstructie van de feiten in 2014 en 2015 met betrekking tot de ontnemingsschikking in 2001;
b. kan de Commissie alle onderzoeksvragen formuleren die zij dienstig acht voor een zo volledig mogelijk feitelijk beeld van deze reconstructie, met name waar het betreft de verlening van de opdracht daartoe en de informatieverstrekking over de activiteiten ter uitvoering daarvan;
c. geldt als vertrekpunt voor het nader onderzoek de e-mailwisseling zoals opgenomen in de bijlage bij de brief van 25 januari 2016 (Kamerstukken II 2015/16, 34 362, nr. 8, bijlage);
d. is de Commissie bevoegd om andere vragen te formuleren, deze te onderzoeken en te beantwoorden.
3. Naar aanleiding van de bevindingen en conclusies kan de Commissie aanbevelingen doen, die mede betrekking kunnen hebben op het huidige wettelijke kader en de toepassing daarvan.
2. In het verlengde van de werkzaamheden van de Onderzoekscommissie Ontnemingsschikking:
a. zal de Commissie nader onderzoek doen naar de reconstructie van de feiten in 2014 en 2015 met betrekking tot de ontnemingsschikking in 2001;
b. kan de Commissie alle onderzoeksvragen formuleren die zij dienstig acht voor een zo volledig mogelijk feitelijk beeld van deze reconstructie, met name waar het betreft de verlening van de opdracht daartoe en de informatieverstrekking over de activiteiten ter uitvoering daarvan;
c. geldt als vertrekpunt voor het nader onderzoek de e-mailwisseling zoals opgenomen in de bijlage bij de brief van 25 januari 2016 (Kamerstukken II 2015/16, 34 362, nr. 8, bijlage);
d. is de Commissie bevoegd om andere vragen te formuleren, deze te onderzoeken en te beantwoorden.
3. Naar aanleiding van de bevindingen en conclusies kan de Commissie aanbevelingen doen, die mede betrekking kunnen hebben op het huidige wettelijke kader en de toepassing daarvan.