BWBR0037645
Geldig vanaf 2016-07-01
Artikel 6
Wet op de jeugdverblijven
1. De houder is in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, ten aanzien van zichzelf en van een ieder die in het jeugdverblijf niet-incidenteel in contact kan komen met de minderjarigen of hun ouders.
2. Een verklaring als bedoeld in het eerste lid is niet eerder afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde persoon bij het jeugdverblijf betrokken werd.
2. Een verklaring als bedoeld in het eerste lid is niet eerder afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde persoon bij het jeugdverblijf betrokken werd.