BWBR0037645
Geldig vanaf 2016-07-01
Artikel 4
Wet op de jeugdverblijven
1. Aan een jeugdverblijf is een vertrouwenspersoon verbonden, die minderjarigen, hun ouders of hun wettelijke vertegenwoordigers indien gewenst ondersteunt of informeert. De vertrouwenspersoon verricht zijn werkzaamheden in onafhankelijkheid.
2. Als vertrouwenspersoon wordt niet aangewezen de persoon die:
a. houder is;
b. in enige vorm of op enige wijze werkzaamheden verricht voor de houder, met uitzondering van de werkzaamheden die nodig zijn voor de uitoefening van de functie van vertrouwenspersoon; of
c. bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, of de wettelijke vertegenwoordiger van een minderjarige in dat jeugdverblijf is.
2. Als vertrouwenspersoon wordt niet aangewezen de persoon die:
a. houder is;
b. in enige vorm of op enige wijze werkzaamheden verricht voor de houder, met uitzondering van de werkzaamheden die nodig zijn voor de uitoefening van de functie van vertrouwenspersoon; of
c. bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, of de wettelijke vertegenwoordiger van een minderjarige in dat jeugdverblijf is.