BWBR0037546
Geldig vanaf 2016-01-18
Artikel 8
Wet pleziervaartuigen 2016
1. Onze Minister kan op verzoek keuringsinstanties, die voldoen aan de krachtens het derde lid gestelde voorschriften, aanwijzen en bij de Europese Commissie en de andere lidstaten van de Europese Unie aanmelden als de op grond van deze wet bevoegde keuringsinstanties met betrekking tot de door hem te bepalen categorieën pleziervaartuigen, voortstuwingsmotoren en onderdelen van pleziervaartuigen en belast met door hem aan te geven taken. Het toezicht op deze keuringsinstanties berust bij Onze Minister.
2. Onze Minister kan de beoordeling van verzoeken van keuringsinstanties, die voor aanwijzing en aanmelding in aanmerking willen komen, en het toezicht op die keuringsinstanties opdragen aan een nationale accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 2 van de verordening.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld betreffende de procedure voor de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, de criteria voor de beoordeling van keuringsinstanties die voor aanwijzing en aanmelding in aanmerking willen komen, de wijze van beoordeling en de door deze keuringsinstanties verschuldigde vergoeding voor de kosten van de beoordeling en de wijze en het tijdstip van betaling daarvan.
4. Aangemelde keuringsinstanties nemen rechtstreeks dan wel via een aangestelde vertegenwoordiger deel aan de werkzaamheden van de door Europese Commissie, overeenkomstig artikel 42 van de richtlijn, ingestelde sectorale groepen van aangemelde instanties.
5. Onze Minister trekt een aanwijzing en aanmelding in, schort deze op of beperkt deze, indien hij van oordeel is dat de betreffende keuringsinstantie niet meer voldoet aan de krachtens het derde lid gestelde criteria of aan het vierde lid.
2. Onze Minister kan de beoordeling van verzoeken van keuringsinstanties, die voor aanwijzing en aanmelding in aanmerking willen komen, en het toezicht op die keuringsinstanties opdragen aan een nationale accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 2 van de verordening.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld betreffende de procedure voor de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, de criteria voor de beoordeling van keuringsinstanties die voor aanwijzing en aanmelding in aanmerking willen komen, de wijze van beoordeling en de door deze keuringsinstanties verschuldigde vergoeding voor de kosten van de beoordeling en de wijze en het tijdstip van betaling daarvan.
4. Aangemelde keuringsinstanties nemen rechtstreeks dan wel via een aangestelde vertegenwoordiger deel aan de werkzaamheden van de door Europese Commissie, overeenkomstig artikel 42 van de richtlijn, ingestelde sectorale groepen van aangemelde instanties.
5. Onze Minister trekt een aanwijzing en aanmelding in, schort deze op of beperkt deze, indien hij van oordeel is dat de betreffende keuringsinstantie niet meer voldoet aan de krachtens het derde lid gestelde criteria of aan het vierde lid.