BWBR0037544
Geldig vanaf 22-01-2016
Artikel 4
Huishoudelijk reglement van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie
4.1. De Raad van Toezicht bestaat uit minimaal 3 en maximaal 9 leden, de voorzitter en de andere leden worden benoemd door de minister. De voorzitter benoemt een vice-voorzitter.
4.2. De Raad van Toezicht draagt zorg voor een jaarlijkse (zelf) evaluatie van zijn eigen functioneren, zowel onderling als ten opzichte van het bestuur.
4.3. De vergaderingen van de Raad van Toezicht zijn niet openbaar. Al hetgeen daarin besproken en vastgelegd wordt is strikt vertrouwelijk.
4.4. Ieder lid van de Raad van Toezicht heeft één stem.
4.5. De leden van de Raad van Toezicht bevorderen zoveel mogelijk dat de besluiten bij unanimiteit worden genomen.
4.6. Indien unanimiteit niet haalbaar blijkt en de wet, de statuten van de stichting of dit Reglement geen grotere meerderheid voorschrijven, worden besluiten van de Raad van Toezicht genomen bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen wordt de besluitvorming opgeschort, tenzij dit naar oordeel van de voorzitter niet in het belang van de organisatie is. In dat geval is de stem van de voorzitter doorslaggevend. De Raad van Toezicht kan slechts besluiten nemen indien een meerderheid van de in functie zijnde leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd is.
In spoedeisende gevallen kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger buiten de vergadering om besluiten nemen namens de Raad, de leden worden over dit besluit geïnformeerd.
4.7. Leden van de Raad van Toezicht genieten per vergadering een door de Raad van Toezicht vast te stellen vacatiegeld en een vergoeding van de reis- en verblijfskosten. Voor de hoogte van de vergoeding doet het bestuur een voorstel, daarbij in acht nemend het karakter van de organisatie, de wettelijke voorschriften en subsidievoorwaarden. De eventuele vergoeding aan leden van de raad van toezicht is niet afhankelijk van de resultaten van de organisatie.
4.8. Leden van de Raad van Toezicht melden hun functies en nevenfuncties aan de Raad van Toezicht en aan de minister.
4.9. Na benoeming van een lid van de Raad van Toezicht biedt de stichting dat lid een introductie aan met betrekking tot de verschillende aspecten die voor de Raad van Toezicht relevant zijn.
4.2. De Raad van Toezicht draagt zorg voor een jaarlijkse (zelf) evaluatie van zijn eigen functioneren, zowel onderling als ten opzichte van het bestuur.
4.3. De vergaderingen van de Raad van Toezicht zijn niet openbaar. Al hetgeen daarin besproken en vastgelegd wordt is strikt vertrouwelijk.
4.4. Ieder lid van de Raad van Toezicht heeft één stem.
4.5. De leden van de Raad van Toezicht bevorderen zoveel mogelijk dat de besluiten bij unanimiteit worden genomen.
4.6. Indien unanimiteit niet haalbaar blijkt en de wet, de statuten van de stichting of dit Reglement geen grotere meerderheid voorschrijven, worden besluiten van de Raad van Toezicht genomen bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen wordt de besluitvorming opgeschort, tenzij dit naar oordeel van de voorzitter niet in het belang van de organisatie is. In dat geval is de stem van de voorzitter doorslaggevend. De Raad van Toezicht kan slechts besluiten nemen indien een meerderheid van de in functie zijnde leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd is.
In spoedeisende gevallen kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger buiten de vergadering om besluiten nemen namens de Raad, de leden worden over dit besluit geïnformeerd.
4.7. Leden van de Raad van Toezicht genieten per vergadering een door de Raad van Toezicht vast te stellen vacatiegeld en een vergoeding van de reis- en verblijfskosten. Voor de hoogte van de vergoeding doet het bestuur een voorstel, daarbij in acht nemend het karakter van de organisatie, de wettelijke voorschriften en subsidievoorwaarden. De eventuele vergoeding aan leden van de raad van toezicht is niet afhankelijk van de resultaten van de organisatie.
4.8. Leden van de Raad van Toezicht melden hun functies en nevenfuncties aan de Raad van Toezicht en aan de minister.
4.9. Na benoeming van een lid van de Raad van Toezicht biedt de stichting dat lid een introductie aan met betrekking tot de verschillende aspecten die voor de Raad van Toezicht relevant zijn.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0037544
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl