BWBR0037543
Geldig vanaf 16-01-2016
Artikel 7
Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2016
7.1 Indien de voor de overtreding bepaalde boetecategorie in het concrete geval geen passende bestraffing toelaat, kan de Autoriteit Persoonsgegevens bij het bepalen van de hoogte van de boete de boetebandbreedte van de naast hogere categorie respectievelijk de bandbreedte van de naast lagere categorie toepassen.
7.2 Indien ter zake van de overtreding aan een rechtspersoon een bestuurlijke boete van € 820.000 kan worden opgelegd en dit wettelijk boetemaximum naar het oordeel van de Autoriteit Persoonsgegevens geen passende bestraffing toelaat, kan zij op grond van artikel 23, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht een hogere boete opleggen tot ten hoogste tien procent van de jaaromzet van de rechtspersoon in het boekjaar voorafgaande aan het besluit waarbij de bestuurlijke boete wordt opgelegd. Voor de jaaromzet van de rechtspersoon wordt aangesloten bij de netto-omzet, bedoeld in artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
7.2 Indien ter zake van de overtreding aan een rechtspersoon een bestuurlijke boete van € 820.000 kan worden opgelegd en dit wettelijk boetemaximum naar het oordeel van de Autoriteit Persoonsgegevens geen passende bestraffing toelaat, kan zij op grond van artikel 23, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht een hogere boete opleggen tot ten hoogste tien procent van de jaaromzet van de rechtspersoon in het boekjaar voorafgaande aan het besluit waarbij de bestuurlijke boete wordt opgelegd. Voor de jaaromzet van de rechtspersoon wordt aangesloten bij de netto-omzet, bedoeld in artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0037543
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl