BWBR0037361
Geldig vanaf 2016-04-01
Artikel 5
Uitvoeringswet restmechanismen straftribunalen
1. Op verzoek van het Restmechanisme kunnen personen wier aanhouding door het Restmechanisme is gelast en die in Nederland worden aangetroffen, voorlopig worden aangehouden.
2. Iedere officier van justitie en hulpofficier is bevoegd de voorlopige aanhouding te bevelen.
3. De artikelen 14, tweede tot en met het vijfde lid, 15, 16, eerste lid, onder a, 16aen 17 van de Uitleveringswetzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aangehouden persoon zo spoedig mogelijk voor de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag wordt geleid. Voor de toepassing van artikel 16a van de Uitleveringswetwordt in plaats van officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam telkens gelezen: de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
2. Iedere officier van justitie en hulpofficier is bevoegd de voorlopige aanhouding te bevelen.
3. De artikelen 14, tweede tot en met het vijfde lid, 15, 16, eerste lid, onder a, 16aen 17 van de Uitleveringswetzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aangehouden persoon zo spoedig mogelijk voor de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag wordt geleid. Voor de toepassing van artikel 16a van de Uitleveringswetwordt in plaats van officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam telkens gelezen: de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.