BWBR0037361
Geldig vanaf 2016-04-01
Artikel 10
Uitvoeringswet restmechanismen straftribunalen
1. Aan verzoeken van het Restmechanisme om enigerlei vorm van rechtshulp, gericht tot een al dan niet met name aangeduid orgaan van de justitie of politie in Nederland, wordt zoveel mogelijk het verlangde gevolg gegeven.
2. De artikelen 5.1.4, 5.1.6 tot en met 5.1.11en 5.1.14, van het Wetboek van Strafvorderingen artikel 51, eerste en vierde lid, van de Uitleveringswetzijn van overeenkomstige toepassing.
3. Vertegenwoordigers van het Restmechanisme wordt desverzocht toegestaan bij de uitvoering van de verzoeken, bedoeld in het eerste lid, tegenwoordig te zijn en de nodige vragen te doen stellen aan bij die uitvoering betrokken personen.
4. De met de uitvoering van verzoeken om rechtshulp belaste Nederlandse autoriteiten zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van daarbij betrokken personen en zijn te dien einde bevoegd voorwaarden te stellen aan de wijze waarop aan verzoeken om rechtshulp uitvoering wordt gegeven.
2. De artikelen 5.1.4, 5.1.6 tot en met 5.1.11en 5.1.14, van het Wetboek van Strafvorderingen artikel 51, eerste en vierde lid, van de Uitleveringswetzijn van overeenkomstige toepassing.
3. Vertegenwoordigers van het Restmechanisme wordt desverzocht toegestaan bij de uitvoering van de verzoeken, bedoeld in het eerste lid, tegenwoordig te zijn en de nodige vragen te doen stellen aan bij die uitvoering betrokken personen.
4. De met de uitvoering van verzoeken om rechtshulp belaste Nederlandse autoriteiten zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van daarbij betrokken personen en zijn te dien einde bevoegd voorwaarden te stellen aan de wijze waarop aan verzoeken om rechtshulp uitvoering wordt gegeven.