BWBR0037263
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 1
Beleidsregel kwaliteit opvang diersoorten
1. Deze beleidsregel geldt voor opvangcentra die dieren van van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten of van niet van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten opvangen of gaan opvangen, ten aanzien waarvan over het vangen of onder zich houden regels zijn gesteld in afdeling 11.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, of die dieren opvangen van soorten of categorieën die ingevolge artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dierenverboden zijn om te houden, en heeft betrekking op:
a. het verlenen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onderdeel g, van de Omgevingswet, in samenhang met de artikelen 11.46, 11.47 en 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
b. het stellen van een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 11.31 in samenhang met de artikelen 11.93, 11.96 en 11.101 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
c. het verlenen van een ontheffing van het verbod van artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren.
2. Deze beleidsregel is niet van toepassing op opvangcentra waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, is vereist, of op de opvang van invasieve uitheemse diersoorten.
3. Deze beleidsregel is gebaseerd op artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onderdeel g, van de Omgevingswet, in samenhang met artikel 4.12 van het Omgevingsbesluiten de artikelen 11.46, eerste lid, 11.47, eerste liden 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, op de artikelen 11.25en 11.31in samenhang met de artikelen 11.93, 11.96en 11.101 van het Besluit activiteiten leefomgevinglid, op artikel 10.1, eerste lid, van de Wet dieren, en op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht.
a. het verlenen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onderdeel g, van de Omgevingswet, in samenhang met de artikelen 11.46, 11.47 en 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
b. het stellen van een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 11.31 in samenhang met de artikelen 11.93, 11.96 en 11.101 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
c. het verlenen van een ontheffing van het verbod van artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren.
2. Deze beleidsregel is niet van toepassing op opvangcentra waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, is vereist, of op de opvang van invasieve uitheemse diersoorten.
3. Deze beleidsregel is gebaseerd op artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onderdeel g, van de Omgevingswet, in samenhang met artikel 4.12 van het Omgevingsbesluiten de artikelen 11.46, eerste lid, 11.47, eerste liden 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, op de artikelen 11.25en 11.31in samenhang met de artikelen 11.93, 11.96en 11.101 van het Besluit activiteiten leefomgevinglid, op artikel 10.1, eerste lid, van de Wet dieren, en op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht.