BWBR0037261
Geldig vanaf 2016-11-14
Artikel 6.5
Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2016
1. Het bedrag van de subsidie wordt voor de vaststelling per prestatie berekend op het aantal prestaties dat de subsidieontvanger in 2016 heeft doen verrichten in alle regio’s waarvoor de subsidieontvanger als zorgkantoor is aangewezen vermenigvuldigd met:
a. € 132,02 per etmaal voor eerstelijns verblijf basis;
b. € 213,94 per etmaal voor eerstelijns verblijf intensief;
c. € 305,10 per etmaal voor eerstelijns verblijf palliatief terminaal.
2. Indien het bedrag, bedoeld in het eerste lid, lager is dan het maximumbedrag van de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag, bedoeld in het eerste lid.
3. Indien voor een of meer subsidieontvangers de subsidie op grond van het tweede lid wordt vastgesteld, verhoogt het Zorginstituut ambtshalve met de som van het verschil tussen de in dat lid bedoelde bedragen de subsidies die zijn verleend aan de subsidieontvangers waarvoor het bedrag, bedoeld in het eerste lid, hoger is dan het maximumbedrag van de verleende subsidie. De verdeling van deze middelen geschiedt naar rato van de overschrijding van het maximumbedrag van de verleende subsidie, met dien verstande dat de subsidie niet meer bedraagt dan het bedrag, bedoeld in het eerste lid. De subsidie wordt vastgesteld op het aldus verhoogde bedrag van de verleende subsidie.
4. Indien voor geen van de subsidieontvangers de subsidie op grond van het tweede lid wordt vastgesteld, wordt de subsidie vastgesteld op het maximumbedrag van de verleende subsidie.
a. € 132,02 per etmaal voor eerstelijns verblijf basis;
b. € 213,94 per etmaal voor eerstelijns verblijf intensief;
c. € 305,10 per etmaal voor eerstelijns verblijf palliatief terminaal.
2. Indien het bedrag, bedoeld in het eerste lid, lager is dan het maximumbedrag van de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag, bedoeld in het eerste lid.
3. Indien voor een of meer subsidieontvangers de subsidie op grond van het tweede lid wordt vastgesteld, verhoogt het Zorginstituut ambtshalve met de som van het verschil tussen de in dat lid bedoelde bedragen de subsidies die zijn verleend aan de subsidieontvangers waarvoor het bedrag, bedoeld in het eerste lid, hoger is dan het maximumbedrag van de verleende subsidie. De verdeling van deze middelen geschiedt naar rato van de overschrijding van het maximumbedrag van de verleende subsidie, met dien verstande dat de subsidie niet meer bedraagt dan het bedrag, bedoeld in het eerste lid. De subsidie wordt vastgesteld op het aldus verhoogde bedrag van de verleende subsidie.
4. Indien voor geen van de subsidieontvangers de subsidie op grond van het tweede lid wordt vastgesteld, wordt de subsidie vastgesteld op het maximumbedrag van de verleende subsidie.