BWBR0037261
Geldig vanaf 2016-11-14
Artikel 1.2
Subsidieregeling eerstelijns verblijf 2016
1. Het Zorginstituut kan aan een Wlz-uitvoerder die op grond van artikel 4.2.4, tweede lid, van de wetis aangewezen als zorgkantoor, ten behoeve van het jaar 2016 een subsidie verstrekken voor het aan verzekerden doen verlenen van eerstelijns verblijf in de regio of regio’s waarvoor de Wlz-uitvoerder als zorgkantoor is aangewezen.
2. Subsidie wordt slechts verstrekt voor de volgende prestaties:
a. eerstelijns verblijf basis: eerstelijns verblijf waarbij een verzekerde geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, verpleging, verzorging of paramedische zorg wordt verleend voor een enkelvoudige aandoening en waarbij hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen wordt verleend;
b. eerstelijns verblijf intensief: eerstelijns verblijf waarbij een verzekerde geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, verpleging, verzorging of paramedische zorg wordt verleend voor meerdere, elkaar beïnvloedende aandoeningen of beperkingen, waarbij algemene dagelijkse levensverrichtingen worden overgenomen en waarbij, indien de verzekerde daar vanwege beperkingen in oriëntatie, concentratie, geheugen of denken op is aangewezen, toezicht en sturing worden geboden;
c. eerstelijns verblijf palliatief terminaal: eerstelijns verblijf waarbij algemene dagelijkse levensverrichtingen veelal worden overgenomen en waarbij in verband met een levensbedreigende ziekte of aandoening met een levensverwachting van minder dan drie maanden intensieve geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, verpleging, verzorging of paramedische zorg wordt verleend.
3. Prestaties komen slechts voor subsidie in aanmerking voor zover de verzekerde daar blijkens een oordeel van het CIZ voor in aanmerking komt.
4. Prestaties komen niet voor subsidie in aanmerking indien de verzekerde:
a. een indicatiebesluit heeft ontvangen ingaand op of na 1 januari 2015, met uitzondering van verzekerde die: 1°. op grond van artikel 11.1.1, vierde lid, van de wet wordt gelijkgesteld met een verzekerde ten aanzien van wie het CIZ heeft vastgesteld dat hij voldoet aan artikel 3.2.1, eerste of derde lid, van de wet;
2°. op grond van artikel 11.1.1, zesde lid, van de wet een indicatiebesluit heeft ontvangen;
3°. op grond van de artikelen 9.3a of 9.3b van de Regeling langdurige zorg recht heeft op zorg waarop ook verzekerden als bedoeld in artikel 11.1.1, zesde lid, van de wet recht hebben.
1°. op grond van artikel 11.1.1, vierde lid, van de wet wordt gelijkgesteld met een verzekerde ten aanzien van wie het CIZ heeft vastgesteld dat hij voldoet aan artikel 3.2.1, eerste of derde lid, van de wet;
2°. op grond van artikel 11.1.1, zesde lid, van de wet een indicatiebesluit heeft ontvangen;
3°. op grond van de artikelen 9.3a of 9.3b van de Regeling langdurige zorg recht heeft op zorg waarop ook verzekerden als bedoeld in artikel 11.1.1, zesde lid, van de wet recht hebben.
b. op grond van artikel 11.1.1, eerste lid, van de wet wordt gelijkgesteld met een verzekerde ten aanzien van wie het CIZ heeft vastgesteld dat hij voldoet aan artikel 3.2.1, eerste of derde lid, van de wet;
c. op grond van artikel 11.1.1, tweede en derde lid, van de wet wordt gelijkgesteld met een verzekerde ten aanzien van wie het CIZ heeft vastgesteld dat hij voldoet aan artikel 3.2.1, eerste lid, van de wet voor zover die verzekerde in een instelling verblijft.
5. Verblijf waarop de verzekerde recht heeft uit hoofde van de wet, waarvoor op grond van de Wet marktordening gezondheidszorgdoor de zorgautoriteit een prestatiebeschrijving is vastgesteld of dat bekostigd kan worden uit hoofde van enig ander wettelijk voorschrift, komt niet voor subsidie in aanmerking.
6. Voor subsidie komt voorts slechts in aanmerking eerstelijns verblijf verleend door een instelling met een toelating voor verblijf.
2. Subsidie wordt slechts verstrekt voor de volgende prestaties:
a. eerstelijns verblijf basis: eerstelijns verblijf waarbij een verzekerde geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, verpleging, verzorging of paramedische zorg wordt verleend voor een enkelvoudige aandoening en waarbij hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen wordt verleend;
b. eerstelijns verblijf intensief: eerstelijns verblijf waarbij een verzekerde geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, verpleging, verzorging of paramedische zorg wordt verleend voor meerdere, elkaar beïnvloedende aandoeningen of beperkingen, waarbij algemene dagelijkse levensverrichtingen worden overgenomen en waarbij, indien de verzekerde daar vanwege beperkingen in oriëntatie, concentratie, geheugen of denken op is aangewezen, toezicht en sturing worden geboden;
c. eerstelijns verblijf palliatief terminaal: eerstelijns verblijf waarbij algemene dagelijkse levensverrichtingen veelal worden overgenomen en waarbij in verband met een levensbedreigende ziekte of aandoening met een levensverwachting van minder dan drie maanden intensieve geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden, verpleging, verzorging of paramedische zorg wordt verleend.
3. Prestaties komen slechts voor subsidie in aanmerking voor zover de verzekerde daar blijkens een oordeel van het CIZ voor in aanmerking komt.
4. Prestaties komen niet voor subsidie in aanmerking indien de verzekerde:
a. een indicatiebesluit heeft ontvangen ingaand op of na 1 januari 2015, met uitzondering van verzekerde die: 1°. op grond van artikel 11.1.1, vierde lid, van de wet wordt gelijkgesteld met een verzekerde ten aanzien van wie het CIZ heeft vastgesteld dat hij voldoet aan artikel 3.2.1, eerste of derde lid, van de wet;
2°. op grond van artikel 11.1.1, zesde lid, van de wet een indicatiebesluit heeft ontvangen;
3°. op grond van de artikelen 9.3a of 9.3b van de Regeling langdurige zorg recht heeft op zorg waarop ook verzekerden als bedoeld in artikel 11.1.1, zesde lid, van de wet recht hebben.
1°. op grond van artikel 11.1.1, vierde lid, van de wet wordt gelijkgesteld met een verzekerde ten aanzien van wie het CIZ heeft vastgesteld dat hij voldoet aan artikel 3.2.1, eerste of derde lid, van de wet;
2°. op grond van artikel 11.1.1, zesde lid, van de wet een indicatiebesluit heeft ontvangen;
3°. op grond van de artikelen 9.3a of 9.3b van de Regeling langdurige zorg recht heeft op zorg waarop ook verzekerden als bedoeld in artikel 11.1.1, zesde lid, van de wet recht hebben.
b. op grond van artikel 11.1.1, eerste lid, van de wet wordt gelijkgesteld met een verzekerde ten aanzien van wie het CIZ heeft vastgesteld dat hij voldoet aan artikel 3.2.1, eerste of derde lid, van de wet;
c. op grond van artikel 11.1.1, tweede en derde lid, van de wet wordt gelijkgesteld met een verzekerde ten aanzien van wie het CIZ heeft vastgesteld dat hij voldoet aan artikel 3.2.1, eerste lid, van de wet voor zover die verzekerde in een instelling verblijft.
5. Verblijf waarop de verzekerde recht heeft uit hoofde van de wet, waarvoor op grond van de Wet marktordening gezondheidszorgdoor de zorgautoriteit een prestatiebeschrijving is vastgesteld of dat bekostigd kan worden uit hoofde van enig ander wettelijk voorschrift, komt niet voor subsidie in aanmerking.
6. Voor subsidie komt voorts slechts in aanmerking eerstelijns verblijf verleend door een instelling met een toelating voor verblijf.