BWBR0037129
Geldig vanaf 2015-10-29
Artikel 4
Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2015 en 2016
1. Voor de directie bedraagt per 1 januari 2016 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:
a. € 83.389,82 voor schoolsoortgroep 1;
b. € 99.526,42 voor schoolsoortgroep 2;
c. € 98.464,06 voor schoolsoortgroep 3; en
d. € 95.644,61 voor schoolsoortgroep 4.
2. Voor de leraren bedraagt per 1 januari 2016 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:
a. € 76.575,18 voor schoolsoortgroep 1;
b. € 86.846,67 voor schoolsoortgroep 2;
c. € 82.603,90 voor schoolsoortgroep 3; en
d. € 78.612,69 voor schoolsoortgroep 4.
3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2016 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 45.986,87, ongeacht de schoolsoortgroep.
4. Het ondersteuningsbedrag voor leerlingen in het praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in artikel 85b1, tweede, derde, zesde en zevende lid van de wetbedraagt per 1 januari 2016 € 4.100,39 per leerling.
5. Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 85b1, vierde lid van de wetwordt per 1 januari 2016 vastgesteld op € 80.
a. € 83.389,82 voor schoolsoortgroep 1;
b. € 99.526,42 voor schoolsoortgroep 2;
c. € 98.464,06 voor schoolsoortgroep 3; en
d. € 95.644,61 voor schoolsoortgroep 4.
2. Voor de leraren bedraagt per 1 januari 2016 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:
a. € 76.575,18 voor schoolsoortgroep 1;
b. € 86.846,67 voor schoolsoortgroep 2;
c. € 82.603,90 voor schoolsoortgroep 3; en
d. € 78.612,69 voor schoolsoortgroep 4.
3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2016 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 45.986,87, ongeacht de schoolsoortgroep.
4. Het ondersteuningsbedrag voor leerlingen in het praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in artikel 85b1, tweede, derde, zesde en zevende lid van de wetbedraagt per 1 januari 2016 € 4.100,39 per leerling.
5. Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 85b1, vierde lid van de wetwordt per 1 januari 2016 vastgesteld op € 80.