BWBR0037094
Geldig vanaf 2015-12-01
Artikel 9
Regeling gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen
1. Een instelling die natuurlijke personen certificeert:
a. biedt ten minste twee maal per jaar de mogelijkheid een examen ter verkrijging van een certificaat af te leggen en geeft daar voorlichting over en bekendheid aan;
b. stelt de resultaten van afgelegde examens uiterlijk binnen drie weken na afname van het examen vast;
c. meldt aan de beheerder van het register zo spoedig mogelijk de gegevens van iedere gecertificeerde natuurlijke persoon die benodigd zijn voor de registratie, bedoeld in artikel 12, en de intrekkingen van certificaten;
d. neemt afdoende maatregelen om fraude voor, tijdens en na het examen te voorkomen;
e. voldoet aan de eisen die zijn gesteld in de BRL 200 en neemt bij de uitvoering van haar werkzaamheden die BRL in acht;
f. meldt onverwijld aan de minister als zij niet meer voldoet aan de aan haar bij het besluit of deze regeling gestelde eisen.
2. Een instelling die ondernemingen certificeert:
a. is op basis van NEN-EN-ISO/IEC 17065 en voor de BRL 100 geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie, bedoeld in de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie, of een andere bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt;
b. voldoet aan de eisen die zijn gesteld in de BRL 100 en neemt bij de uitvoering van haar werkzaamheden die BRL in acht;
c. meldt aan de beheerder van het register zo spoedig mogelijk de gegevens van iedere gecertificeerde onderneming die benodigd zijn voor de registratie, bedoeld in artikel 12, en de schorsingen en de intrekkingen van certificaten;
d. meldt onverwijld aan de minister als zij niet meer voldoet aan de aan haar bij het besluit of deze regeling gestelde eisen.
3. De instelling die voldoet aan het tweede lid, onder a, geldt als tevens te voldoen aan het tweede lid, onder b, artikel 8, eerste lid, en artikel 10, tweede lid.
4. In afwijking van het tweede lid, onder a, kan een instelling voor een ander certificeringsschema dan de BRL 100 zijn geaccrediteerd, mits door de minister is geoordeeld dat het andere certificeringsschema gelijkwaardig is aan de BRL 100.
a. biedt ten minste twee maal per jaar de mogelijkheid een examen ter verkrijging van een certificaat af te leggen en geeft daar voorlichting over en bekendheid aan;
b. stelt de resultaten van afgelegde examens uiterlijk binnen drie weken na afname van het examen vast;
c. meldt aan de beheerder van het register zo spoedig mogelijk de gegevens van iedere gecertificeerde natuurlijke persoon die benodigd zijn voor de registratie, bedoeld in artikel 12, en de intrekkingen van certificaten;
d. neemt afdoende maatregelen om fraude voor, tijdens en na het examen te voorkomen;
e. voldoet aan de eisen die zijn gesteld in de BRL 200 en neemt bij de uitvoering van haar werkzaamheden die BRL in acht;
f. meldt onverwijld aan de minister als zij niet meer voldoet aan de aan haar bij het besluit of deze regeling gestelde eisen.
2. Een instelling die ondernemingen certificeert:
a. is op basis van NEN-EN-ISO/IEC 17065 en voor de BRL 100 geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie, bedoeld in de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie, of een andere bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt;
b. voldoet aan de eisen die zijn gesteld in de BRL 100 en neemt bij de uitvoering van haar werkzaamheden die BRL in acht;
c. meldt aan de beheerder van het register zo spoedig mogelijk de gegevens van iedere gecertificeerde onderneming die benodigd zijn voor de registratie, bedoeld in artikel 12, en de schorsingen en de intrekkingen van certificaten;
d. meldt onverwijld aan de minister als zij niet meer voldoet aan de aan haar bij het besluit of deze regeling gestelde eisen.
3. De instelling die voldoet aan het tweede lid, onder a, geldt als tevens te voldoen aan het tweede lid, onder b, artikel 8, eerste lid, en artikel 10, tweede lid.
4. In afwijking van het tweede lid, onder a, kan een instelling voor een ander certificeringsschema dan de BRL 100 zijn geaccrediteerd, mits door de minister is geoordeeld dat het andere certificeringsschema gelijkwaardig is aan de BRL 100.