BWBR0037094
Geldig vanaf 2015-12-01
Artikel 5
Regeling gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen
1. Onverminderd artikel 14, vierde lid, van het besluitschorst een instelling het certificaat van een onderneming of trekt deze in, als:
a. de instelling heeft vastgesteld dat de onderneming niet of niet langer voldoet aan artikel 2, en de instelling geen gerechtvaardigd vertrouwen heeft dat de onderneming binnen afzienbare tijd daaraan kan of wil voldoen;
b. de onderneming in staat van faillissement verkeert, of
c. de onderneming een daartoe strekkend verzoek heeft gedaan.
2. Als het certificaat is geschorst, stelt de instelling de periode vast gedurende welke de onderneming de gelegenheid krijgt om volledig aan artikel 2te voldoen. Indien de onderneming naar het oordeel van de instelling binnen de vastgestelde periode daaraan voldoet, heft de instelling de schorsing op.
3. Als de onderneming niet binnen de vastgestelde periode volledig aan artikel 2voldoet, trekt de instelling het certificaat in.
4. De natuurlijk persoon van wie het certificaat is ingetrokken naar aanleiding van een aanwijzing van de minister op grond van artikel 14, vierde lid, van het besluitof de onderneming van wie het certificaat is ingetrokken, levert dit indien er sprake is van een papieren certificaat per ommegaande in bij de instelling die het certificaat heeft verleend.
5. De onderneming van wie het certificaat is ingetrokken, informeert onmiddellijk de exploitanten waarvoor die onderneming werkzaamheden verricht, over de intrekking van het certificaat.
a. de instelling heeft vastgesteld dat de onderneming niet of niet langer voldoet aan artikel 2, en de instelling geen gerechtvaardigd vertrouwen heeft dat de onderneming binnen afzienbare tijd daaraan kan of wil voldoen;
b. de onderneming in staat van faillissement verkeert, of
c. de onderneming een daartoe strekkend verzoek heeft gedaan.
2. Als het certificaat is geschorst, stelt de instelling de periode vast gedurende welke de onderneming de gelegenheid krijgt om volledig aan artikel 2te voldoen. Indien de onderneming naar het oordeel van de instelling binnen de vastgestelde periode daaraan voldoet, heft de instelling de schorsing op.
3. Als de onderneming niet binnen de vastgestelde periode volledig aan artikel 2voldoet, trekt de instelling het certificaat in.
4. De natuurlijk persoon van wie het certificaat is ingetrokken naar aanleiding van een aanwijzing van de minister op grond van artikel 14, vierde lid, van het besluitof de onderneming van wie het certificaat is ingetrokken, levert dit indien er sprake is van een papieren certificaat per ommegaande in bij de instelling die het certificaat heeft verleend.
5. De onderneming van wie het certificaat is ingetrokken, informeert onmiddellijk de exploitanten waarvoor die onderneming werkzaamheden verricht, over de intrekking van het certificaat.