BWBR0036945
Geldig vanaf 2015-08-22
Artikel 5
Organisatiebesluit BZK 2015
1. De Algemene Leiding berust bij de secretaris-generaal.
2. De secretaris-generaal is belast met de ambtelijke leiding van het Ministerie. Tot deze taak behoort in ieder geval:
a. het informeren en adviseren van de bewindspersonen over aangelegenheden, de bewindspersonen of het Ministerie betreffende;
b. het zorgdragen voor de coördinatie en integratie van beleidsvoorbereiding, beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering binnen het Ministerie;
c. het uitoefenen van de algemene controlfunctie bij het Ministerie;
d. het rechtstreeks leiding geven aan de directeuren-generaal en de hoofddirecteur van de Dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering;
e. het voorzitterschap van de Bestuursraad;
f. het zorgdragen voor het nemen van besluiten over en het geven van algemene aanwijzingen ten aanzien van het algemene beleid en beheer inzake de bedrijfsvoering en de formatie van het Ministerie;
g. het voeren van overleg met de Groepsondernemingsraad (als bestuurder in de zin van de WOR) en de centrales van verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
h. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van de Uitvoeringsregeling openbaarheid van bestuur Binnenlandse Zaken;
i. het plegen van inhoudelijke afstemming met het gemeenschappelijke secretariaat van de Raad voor het openbaar bestuur en de Raad voor de financiële verhoudingen (sRob/Rfv);
j. het toezicht op het beheer van de Kiesraad (KR) en toezicht op het Bureau Architectenregister;
k. het beheersmatig aansturen van de kabinetten van de Gouverneurs en de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
l. het beheersmatig en inhoudelijk aansturen van de Rijksdienst Caribisch Nederland;
m. het nemen van besluiten met betrekking tot de toepassing van uitzonderingen op de aanbestedingsregelgeving.
3. De secretaris-generaal is niet belast met de inhoudelijke leiding van het in artikel 2, eerste lid, onder j, genoemde organisatieonderdeel.
4. De in het tweede lid, onder i, genoemde organisatieonderdelen vallen onder beheersmatige leiding van de hoofddirecteur van de Dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering.
2. De secretaris-generaal is belast met de ambtelijke leiding van het Ministerie. Tot deze taak behoort in ieder geval:
a. het informeren en adviseren van de bewindspersonen over aangelegenheden, de bewindspersonen of het Ministerie betreffende;
b. het zorgdragen voor de coördinatie en integratie van beleidsvoorbereiding, beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering binnen het Ministerie;
c. het uitoefenen van de algemene controlfunctie bij het Ministerie;
d. het rechtstreeks leiding geven aan de directeuren-generaal en de hoofddirecteur van de Dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering;
e. het voorzitterschap van de Bestuursraad;
f. het zorgdragen voor het nemen van besluiten over en het geven van algemene aanwijzingen ten aanzien van het algemene beleid en beheer inzake de bedrijfsvoering en de formatie van het Ministerie;
g. het voeren van overleg met de Groepsondernemingsraad (als bestuurder in de zin van de WOR) en de centrales van verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
h. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van de Uitvoeringsregeling openbaarheid van bestuur Binnenlandse Zaken;
i. het plegen van inhoudelijke afstemming met het gemeenschappelijke secretariaat van de Raad voor het openbaar bestuur en de Raad voor de financiële verhoudingen (sRob/Rfv);
j. het toezicht op het beheer van de Kiesraad (KR) en toezicht op het Bureau Architectenregister;
k. het beheersmatig aansturen van de kabinetten van de Gouverneurs en de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
l. het beheersmatig en inhoudelijk aansturen van de Rijksdienst Caribisch Nederland;
m. het nemen van besluiten met betrekking tot de toepassing van uitzonderingen op de aanbestedingsregelgeving.
3. De secretaris-generaal is niet belast met de inhoudelijke leiding van het in artikel 2, eerste lid, onder j, genoemde organisatieonderdeel.
4. De in het tweede lid, onder i, genoemde organisatieonderdelen vallen onder beheersmatige leiding van de hoofddirecteur van de Dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering.