BWBR0036945
Geldig vanaf 2015-08-22
Artikel 2
Organisatiebesluit BZK 2015
1. De hoofdstructuur van het Ministerie bestaat uit de volgende dienstonderdelen:
a. de Algemene Leiding (ALGL);
b. het directoraat-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk (DGOBR);
c. het directoraat-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties (DGBK);
d. het directoraat-generaal Wonen en Bouwen (DGWB);
e. het Rijksvastgoedbedrijf (RVB);
f. de baten-lastendienst Dienst van de Huurcommissie (DHC);
g. de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD);
h. het Bureau Algemene Bestuursdienst (BABD);
i. de Dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering (DCB);
j. het Bureau Digitale Overheid.
2. De dienstonderdelen bestaan uit organisatieonderdelen waarvan de inrichting nader kan worden beschreven op een wijze als bedoeld in artikel 15, tweede lid.
3. De in het eerste lid, onder a, c, g, i en j, genoemde dienstonderdelen ressorteren onder de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
4. De in het eerste lid, onder b, d, e, f en h, genoemde dienstonderdelen ressorteren wat betreft beleid en uitvoering onder de Minister voor Wonen en Rijksdienst.
5. De secretaris-generaal geeft rechtstreeks leiding aan de leidinggevende functionarissen van de dienstonderdelen, genoemd in het eerste lid, met uitzondering van de baten-lastendienst Dienst van de Huurcommissie die ressorteert onder het bestuur van de Huurcommissie.
a. de Algemene Leiding (ALGL);
b. het directoraat-generaal Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk (DGOBR);
c. het directoraat-generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties (DGBK);
d. het directoraat-generaal Wonen en Bouwen (DGWB);
e. het Rijksvastgoedbedrijf (RVB);
f. de baten-lastendienst Dienst van de Huurcommissie (DHC);
g. de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD);
h. het Bureau Algemene Bestuursdienst (BABD);
i. de Dienst Concernstaf en Bedrijfsvoering (DCB);
j. het Bureau Digitale Overheid.
2. De dienstonderdelen bestaan uit organisatieonderdelen waarvan de inrichting nader kan worden beschreven op een wijze als bedoeld in artikel 15, tweede lid.
3. De in het eerste lid, onder a, c, g, i en j, genoemde dienstonderdelen ressorteren onder de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
4. De in het eerste lid, onder b, d, e, f en h, genoemde dienstonderdelen ressorteren wat betreft beleid en uitvoering onder de Minister voor Wonen en Rijksdienst.
5. De secretaris-generaal geeft rechtstreeks leiding aan de leidinggevende functionarissen van de dienstonderdelen, genoemd in het eerste lid, met uitzondering van de baten-lastendienst Dienst van de Huurcommissie die ressorteert onder het bestuur van de Huurcommissie.