BWBR0036920
Geldig vanaf 05-08-2015
Artikel 6
Regeling registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch specialistische zorg
6.1. De instelling berekent van alle declarabele zorgproducten afzonderlijk kostprijzen. Het totaal van de aan de zorgproducten toegerekende kosten moet gelijk zijn aan het totaal van de kosten welke aan de kostendragers zijn toegerekend.
6.2. De instelling is verplicht om jaarlijks haar kostprijzen aan te leveren van de zorgproducten (DBC-zorgproducten en overige zorgproducten) binnen het gereguleerde segment waarvoor een tarief in rekening is of had kunnen worden gebracht.
6.3. De instelling, niet zijnde een instelling voor revalidatiezorg, is verplicht om voor 1 oktober jaar t+1 kostprijzen aan te leveren over jaar t op basis van het werkelijke gerealiseerde volume (in kostendragers) in jaar t.
6.4. De instelling voor revalidatiezorg is verplicht om voor 1 oktober jaar t+1 kostprijzen aan te leveren over de periode 1 januari jaar t tot en met 31 augustus jaar t+1 op basis van het werkelijke gerealiseerde volume (in kostendragers) in jaar t.
6.5. De instelling maakt voor deze aanlevering gebruik van een aanleversjabloon zoals gepubliceerd op de website van de NZa. De instelling levert aan conform de in het sjabloon opgenomen vereisten.
6.6. De instelling levert bovengenoemde kostprijzen aan uitgesplitst naar zorgproducten en onderverdeeld in de volgende kosten(sub)categorieën:
– Personeelskosten: Kosten Medisch specialisten niet in loondienst;
– Personeelskosten: Medisch specialisten in loondienst;
– Personeelskosten: Arts In Opleiding tot Specialist (AIOS);
– Personeelskosten: Overig;
– Materiële kosten: Geneesmiddelen;
– Materiële kosten: Bloed;
– Materiële kosten: Kunst- en hulpmiddelen, implantaten;
– Materiële kosten: Overig;
– Gebouwgebonden kosten: Huur en afschrijvingen gebouwen en installaties;
– Gebouwgebonden kosten: Onderhoud en beheer;
– Medische en overige inventaris;
– Financieringslasten;
– Opbrengsten (negatieve kosten): overige opbrengsten anders dan baten uit declaratie van zorgproducten.
6.7. De aangeleverde kostprijsinformatie dient betrouwbaar en controleerbaar te zijn, om voldoende kwaliteitsgaranties te hebben voor de tariefberekening.
6.8. De instelling draagt er zorg voor dat een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de juistheid van de op grond van dit artikel verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt overeenkomstig de wijze die in de genoemde formulieren en het daarbij beschikbaar te stellen controleprotocol (bijlage 1) 1Dit betreft een COS3000-onderzoek. is aangegeven.
6.9. In plaats van het in artikel 6.8 bedoelde controleprotocol is het, voor de aanlevering van kostprijzen ook toegestaan een rapport van feitelijke bevindingen op te leveren op basis van de onderzoeksvragen geformuleerd in bijlage 2.2Dit betreft een COS4400-onderzoek.
6.2. De instelling is verplicht om jaarlijks haar kostprijzen aan te leveren van de zorgproducten (DBC-zorgproducten en overige zorgproducten) binnen het gereguleerde segment waarvoor een tarief in rekening is of had kunnen worden gebracht.
6.3. De instelling, niet zijnde een instelling voor revalidatiezorg, is verplicht om voor 1 oktober jaar t+1 kostprijzen aan te leveren over jaar t op basis van het werkelijke gerealiseerde volume (in kostendragers) in jaar t.
6.4. De instelling voor revalidatiezorg is verplicht om voor 1 oktober jaar t+1 kostprijzen aan te leveren over de periode 1 januari jaar t tot en met 31 augustus jaar t+1 op basis van het werkelijke gerealiseerde volume (in kostendragers) in jaar t.
6.5. De instelling maakt voor deze aanlevering gebruik van een aanleversjabloon zoals gepubliceerd op de website van de NZa. De instelling levert aan conform de in het sjabloon opgenomen vereisten.
6.6. De instelling levert bovengenoemde kostprijzen aan uitgesplitst naar zorgproducten en onderverdeeld in de volgende kosten(sub)categorieën:
– Personeelskosten: Kosten Medisch specialisten niet in loondienst;
– Personeelskosten: Medisch specialisten in loondienst;
– Personeelskosten: Arts In Opleiding tot Specialist (AIOS);
– Personeelskosten: Overig;
– Materiële kosten: Geneesmiddelen;
– Materiële kosten: Bloed;
– Materiële kosten: Kunst- en hulpmiddelen, implantaten;
– Materiële kosten: Overig;
– Gebouwgebonden kosten: Huur en afschrijvingen gebouwen en installaties;
– Gebouwgebonden kosten: Onderhoud en beheer;
– Medische en overige inventaris;
– Financieringslasten;
– Opbrengsten (negatieve kosten): overige opbrengsten anders dan baten uit declaratie van zorgproducten.
6.7. De aangeleverde kostprijsinformatie dient betrouwbaar en controleerbaar te zijn, om voldoende kwaliteitsgaranties te hebben voor de tariefberekening.
6.8. De instelling draagt er zorg voor dat een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de juistheid van de op grond van dit artikel verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt overeenkomstig de wijze die in de genoemde formulieren en het daarbij beschikbaar te stellen controleprotocol (bijlage 1) 1Dit betreft een COS3000-onderzoek. is aangegeven.
6.9. In plaats van het in artikel 6.8 bedoelde controleprotocol is het, voor de aanlevering van kostprijzen ook toegestaan een rapport van feitelijke bevindingen op te leveren op basis van de onderzoeksvragen geformuleerd in bijlage 2.2Dit betreft een COS4400-onderzoek.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0036920
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl