BWBR0036874
Geldig vanaf 2015-07-24
Artikel 4
Instellingsbesluit tijdelijk Bureau ICT-toetsing
1. De Minister die het aangaat verzoekt voor aanvang van een ICT-project het BIT om advies over de risico’s en slaagkans van het ICT-project.
2. De Minister die het aangaat kan het BIT verzoeken om nader advies over de risico’s en slaagkans van een al gestart ICT-project.
3. De Minister die het aangaat verstrekt aan het BIT desgevraagd de door het BIT gewenste inlichtingen aangaande zijn ICT-projecten.
4. De Minister die het aangaat zendt een definitief advies van het BIT binnen vier weken na ontvangst aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
5. Indien het advies van het BIT niet of niet geheel wordt opgevolgd, deelt de Minister die het aangaat, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, dat met redenen omkleed mede aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
6. Het BIT maakt het definitieve BIT-advies vier weken na aanbieding aan de Minister die het aangaat openbaar.
7. Het vijfde lid is niet van toepassing op ICT-projecten van de Raad voor de rechtspraak.
2. De Minister die het aangaat kan het BIT verzoeken om nader advies over de risico’s en slaagkans van een al gestart ICT-project.
3. De Minister die het aangaat verstrekt aan het BIT desgevraagd de door het BIT gewenste inlichtingen aangaande zijn ICT-projecten.
4. De Minister die het aangaat zendt een definitief advies van het BIT binnen vier weken na ontvangst aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
5. Indien het advies van het BIT niet of niet geheel wordt opgevolgd, deelt de Minister die het aangaat, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, dat met redenen omkleed mede aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
6. Het BIT maakt het definitieve BIT-advies vier weken na aanbieding aan de Minister die het aangaat openbaar.
7. Het vijfde lid is niet van toepassing op ICT-projecten van de Raad voor de rechtspraak.