BWBR0036874
Geldig vanaf 2015-07-24
Artikel 3
Instellingsbesluit tijdelijk Bureau ICT-toetsing
1. Aan het hoofd van het BIT staat de Bureaumanager. Het BIT bestaat verder uit een kleine, vaste kern en een flexibele schil, in te vullen met experts vanuit de rijksdienst en daarbuiten.
2. De Bureaumanager stelt de adviezen van het BIT vast.
3. Bij de totstandkoming van een advies van het BIT zijn geen personen betrokken die:
a. werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de opdrachtgever van het ICT-project waarover geadviseerd wordt;
b. anderszins een persoonlijk belang of directe betrokkenheid hebben bij het ICT-project waarover geadviseerd wordt.
4. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geeft geen afzonderlijke aanwijzingen met betrekking tot de keuze van het te toetsen ICT-project, de werkwijze en de inhoud van adviezen.
5. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt het conceptadvies van het BIT aan de Minister die het aangaat. Na een termijn van twee weken ten behoeve van hoor en wederhoor zendt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het definitieve advies aan de Minister die het aangaat.
6. De Bureaumanager kan adviezen van het BIT zonder tussenkomst van hogere ambtenaren aan bewindspersonen voorleggen.
2. De Bureaumanager stelt de adviezen van het BIT vast.
3. Bij de totstandkoming van een advies van het BIT zijn geen personen betrokken die:
a. werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de opdrachtgever van het ICT-project waarover geadviseerd wordt;
b. anderszins een persoonlijk belang of directe betrokkenheid hebben bij het ICT-project waarover geadviseerd wordt.
4. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geeft geen afzonderlijke aanwijzingen met betrekking tot de keuze van het te toetsen ICT-project, de werkwijze en de inhoud van adviezen.
5. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt het conceptadvies van het BIT aan de Minister die het aangaat. Na een termijn van twee weken ten behoeve van hoor en wederhoor zendt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het definitieve advies aan de Minister die het aangaat.
6. De Bureaumanager kan adviezen van het BIT zonder tussenkomst van hogere ambtenaren aan bewindspersonen voorleggen.