BWBR0036758
Geldig vanaf 2021-12-11
Artikel 4.11.8
Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies
Onverminderd artikel 2.11beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening:
a. indien het aannemelijk is dat de investering of investeringen waarop de aanvraag tot subsidieverlening betrekking heeft, in strijd is respectievelijk zijn met het bestemmingsplan van de gemeente waarbinnen zich de grond, bedoeld in artikel 4.11.2, eerste lid, onderdeel a of b, bevindt;
b. indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor dezelfde investering of dezelfde combinatie van investeringen of een onderdeel daarvan op dezelfde locatie;
c. voor zover de redelijkheid van de kosten van het desbetreffende investeringsproject niet blijkt uit de offertes, bedoeld in artikel 4.11.3, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 1°;
d. indien de te verlenen subsidie per investeringsproject minder dan € 70.000 zou bedragen;
e. voor zover deze aanvraag betrekking heeft op een investering in: 1°. een product als bedoeld in artikel 4.11.2, tweede lid, dat geheel of gedeeltelijk bestemd is voor het deel van het erf waarop zich een woning bevindt;
2°. een meerjarige bloemrijke akkerrand of kruidenrijke akkerrand als bedoeld in artikel 4.11.2, tweede lid, onderdeel e, die bestemd is voor aanleg op grond die grenst aan grasland;
3°. een solitaire boom, bomenrij, boomgroep, houtwal of heg als bedoeld in artikel 4.11.2, tweede lid, onderdelen f tot en met j, die bestemd is voor plaatsing in grasland, gebruikt zal worden om te voldoen aan de herbeplantingsplicht, bedoeld in artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming of betrekking heeft op een uitheemse soort.
1°. een product als bedoeld in artikel 4.11.2, tweede lid, dat geheel of gedeeltelijk bestemd is voor het deel van het erf waarop zich een woning bevindt;
2°. een meerjarige bloemrijke akkerrand of kruidenrijke akkerrand als bedoeld in artikel 4.11.2, tweede lid, onderdeel e, die bestemd is voor aanleg op grond die grenst aan grasland;
3°. een solitaire boom, bomenrij, boomgroep, houtwal of heg als bedoeld in artikel 4.11.2, tweede lid, onderdelen f tot en met j, die bestemd is voor plaatsing in grasland, gebruikt zal worden om te voldoen aan de herbeplantingsplicht, bedoeld in artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming of betrekking heeft op een uitheemse soort.
a. indien het aannemelijk is dat de investering of investeringen waarop de aanvraag tot subsidieverlening betrekking heeft, in strijd is respectievelijk zijn met het bestemmingsplan van de gemeente waarbinnen zich de grond, bedoeld in artikel 4.11.2, eerste lid, onderdeel a of b, bevindt;
b. indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor dezelfde investering of dezelfde combinatie van investeringen of een onderdeel daarvan op dezelfde locatie;
c. voor zover de redelijkheid van de kosten van het desbetreffende investeringsproject niet blijkt uit de offertes, bedoeld in artikel 4.11.3, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 1°;
d. indien de te verlenen subsidie per investeringsproject minder dan € 70.000 zou bedragen;
e. voor zover deze aanvraag betrekking heeft op een investering in: 1°. een product als bedoeld in artikel 4.11.2, tweede lid, dat geheel of gedeeltelijk bestemd is voor het deel van het erf waarop zich een woning bevindt;
2°. een meerjarige bloemrijke akkerrand of kruidenrijke akkerrand als bedoeld in artikel 4.11.2, tweede lid, onderdeel e, die bestemd is voor aanleg op grond die grenst aan grasland;
3°. een solitaire boom, bomenrij, boomgroep, houtwal of heg als bedoeld in artikel 4.11.2, tweede lid, onderdelen f tot en met j, die bestemd is voor plaatsing in grasland, gebruikt zal worden om te voldoen aan de herbeplantingsplicht, bedoeld in artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming of betrekking heeft op een uitheemse soort.
1°. een product als bedoeld in artikel 4.11.2, tweede lid, dat geheel of gedeeltelijk bestemd is voor het deel van het erf waarop zich een woning bevindt;
2°. een meerjarige bloemrijke akkerrand of kruidenrijke akkerrand als bedoeld in artikel 4.11.2, tweede lid, onderdeel e, die bestemd is voor aanleg op grond die grenst aan grasland;
3°. een solitaire boom, bomenrij, boomgroep, houtwal of heg als bedoeld in artikel 4.11.2, tweede lid, onderdelen f tot en met j, die bestemd is voor plaatsing in grasland, gebruikt zal worden om te voldoen aan de herbeplantingsplicht, bedoeld in artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming of betrekking heeft op een uitheemse soort.