BWBR0036753
Geldig vanaf 2025-02-18
Artikel 2
Besluit mandatering Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw financiële sanering toegelaten instellingen
1. Aan de Directie wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de aan de Minister toekomende bevoegdheden tot:
a. het verstrekken van subsidies, bedoeld In artikel 57, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Woningwet;
b. het doen van een voorstel voor de hoogte van de bijdrage bedoeld In artikel 58, tweede lid, tweede volzin, van de Woningwet, voor zover die betrekking heeft op het deel van de bijdrage waaruit subsidies als bedoeld in artikel 57, eerste lid, aanhef en onderdeel a, worden bekostigd;
c. het heffen van de bijdrage, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van de Woningwet uitsluitend voor zover die heffing betrekking heeft op het deel van die bijdrage waaruit subsidies als bedoeld in artikel 57, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Woningwet worden bekostigd;
d. het geven van een aanwijzing als bedoeld in artikel 61d van de Woningwet, voor zover die aanwijzing betrekking heeft op de financiële sanering van de toegelaten instelling;
e. het opleggen van een last onder dwangsom op grond van artikel 105, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Woningwet.
De Directie oefent de bevoegdheden uit met inachtneming van de artikelen 59, derde tot en met vijfde lid, van de Woningweten de artikelen 111, 112, 115, 116en 118 van het Besluit toegelaten Instellingen volkshuisvesting 2015.
2. Aan de Directie wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen inzake de financiële saneringen van toegelaten instellingen, bedoeld in artikel 71a, eerste lid, van de Woningwetzoals dit luidde voor 1 juli 2015, waartoe voorafgaand aan of na de inwerkingtreding van dit besluit is besloten.
3. Aan de Directie wordt volmacht verleend voor het verrichten van rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid.
4. Afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrechtis van overeenkomstige toepassing op de in het eerste en tweede lid verleende machtigingen en de in het derde lid verleende volmacht.
a. het verstrekken van subsidies, bedoeld In artikel 57, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Woningwet;
b. het doen van een voorstel voor de hoogte van de bijdrage bedoeld In artikel 58, tweede lid, tweede volzin, van de Woningwet, voor zover die betrekking heeft op het deel van de bijdrage waaruit subsidies als bedoeld in artikel 57, eerste lid, aanhef en onderdeel a, worden bekostigd;
c. het heffen van de bijdrage, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van de Woningwet uitsluitend voor zover die heffing betrekking heeft op het deel van die bijdrage waaruit subsidies als bedoeld in artikel 57, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Woningwet worden bekostigd;
d. het geven van een aanwijzing als bedoeld in artikel 61d van de Woningwet, voor zover die aanwijzing betrekking heeft op de financiële sanering van de toegelaten instelling;
e. het opleggen van een last onder dwangsom op grond van artikel 105, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Woningwet.
De Directie oefent de bevoegdheden uit met inachtneming van de artikelen 59, derde tot en met vijfde lid, van de Woningweten de artikelen 111, 112, 115, 116en 118 van het Besluit toegelaten Instellingen volkshuisvesting 2015.
2. Aan de Directie wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen inzake de financiële saneringen van toegelaten instellingen, bedoeld in artikel 71a, eerste lid, van de Woningwetzoals dit luidde voor 1 juli 2015, waartoe voorafgaand aan of na de inwerkingtreding van dit besluit is besloten.
3. Aan de Directie wordt volmacht verleend voor het verrichten van rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid.
4. Afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrechtis van overeenkomstige toepassing op de in het eerste en tweede lid verleende machtigingen en de in het derde lid verleende volmacht.