BWBR0036753
Geldig vanaf 2025-02-18
Artikel 14
Besluit mandatering Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw financiële sanering toegelaten instellingen
1. De Directie informeert de minister onverwijld over zwaarwegende en politiek-bestuurlijk gevoelige omstandigheden en gebeurtenissen die betrekking hebben op de gemandateerde bevoegdheden. Dit betreft in ieder geval de situaties waarin:
a. de benodigde saneringsbijdrage de maximale jaarlijkse heffing, bedoeld in artikel 115, tweede lid, van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, dreigt te overschrijden;
b. de benodigde saneringsbijdrage, de omvang van het saneringsfonds en de reeds opgelegde heffing dreigt te overschrijden;
c. de financiële problemen van een toegelaten instelling aanwijsbaar hun oorzaak vinden in de niet-DAEB activiteiten;
d. de Directie voornemens is een besluit te nemen dat er toe leidt dat de gemeentelijke zienswijze omtrent het te behouden DAEB-bezit in belangrijke mate niet wordt gehonoreerd;
e. de Directie voornemens is om op een saneringsaanvraag te besluiten om geen saneringssubsidie te verstrekken;
f. het geven van een aanwijzing als bedoeld In artikel 61d van de Woningwet, voor zover die aanwijzing betrekking heeft op de financiële sanering van de toegelaten instelling;
g. het opleggen van een last onder dwangsom op grond van artikel 105, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Woningwet.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op bevoegdheden die zijn verleend op basis van volmacht en machtiging.
3. De Directie informeert de minister schriftelijk onverwijld op diens verzoek en in ieder geval jaarlijks uiterlijk 1 september omtrent de voortgang met betrekking tot de met dit besluit verleende bevoegdheden.
4. De directie verstrekt uiterlijk 15 februari een verantwoording over de in het voorgaande jaar uitgekeerde saneringssubsidies en de gemaakte kosten voor de verstrekking daarvan, afgezet tegen de daarvoor begrote bedragen.
a. de benodigde saneringsbijdrage de maximale jaarlijkse heffing, bedoeld in artikel 115, tweede lid, van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, dreigt te overschrijden;
b. de benodigde saneringsbijdrage, de omvang van het saneringsfonds en de reeds opgelegde heffing dreigt te overschrijden;
c. de financiële problemen van een toegelaten instelling aanwijsbaar hun oorzaak vinden in de niet-DAEB activiteiten;
d. de Directie voornemens is een besluit te nemen dat er toe leidt dat de gemeentelijke zienswijze omtrent het te behouden DAEB-bezit in belangrijke mate niet wordt gehonoreerd;
e. de Directie voornemens is om op een saneringsaanvraag te besluiten om geen saneringssubsidie te verstrekken;
f. het geven van een aanwijzing als bedoeld In artikel 61d van de Woningwet, voor zover die aanwijzing betrekking heeft op de financiële sanering van de toegelaten instelling;
g. het opleggen van een last onder dwangsom op grond van artikel 105, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Woningwet.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op bevoegdheden die zijn verleend op basis van volmacht en machtiging.
3. De Directie informeert de minister schriftelijk onverwijld op diens verzoek en in ieder geval jaarlijks uiterlijk 1 september omtrent de voortgang met betrekking tot de met dit besluit verleende bevoegdheden.
4. De directie verstrekt uiterlijk 15 februari een verantwoording over de in het voorgaande jaar uitgekeerde saneringssubsidies en de gemaakte kosten voor de verstrekking daarvan, afgezet tegen de daarvoor begrote bedragen.