BWBR0036731
Geldig vanaf 2015-06-27
Artikel 3
Sanctieregeling Zuid-Sudan 2015
1. Het is verboden om militaire goederen, alsmede militaire technologie, aangewezen in de Uitvoeringsregeling strategische goederen 2012, dan wel onderdelen daarvan, direct of indirect te verkopen of te leveren aan, door of uit te voeren naar, dan wel over te dragen aan, daaronder begrepen over te brengen naar personen of entiteiten in Zuid-Sudan of voor gebruik in of ten behoeve van Zuid-Sudan, ongeacht het land van oorsprong.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van:
a. militaire goederen uitsluitend bestemd ter ondersteuning van of voor gebruik door personeel van de Verenigde Naties (VN), daaronder begrepen de VN-missie in Zuid-Sudan (UNMISS) en de tijdelijke VN-veiligheidsmacht van Abyei (UNISFA);
b. niet-dodelijke militaire uitrusting uitsluitend bestemd voor humanitair of beschermend gebruik na voorafgaande kennisgeving aan het krachtens Resolutie 2206 (2015) opgerichte Comité van de Veiligheidsraad;
c. beschermende kleding voor persoonlijk gebruik, met inbegrip van scherfwerende vesten en militaire helmen, die door personeel van de VN, vertegenwoordigers van de media, door medewerkers van humanitaire organisaties, ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel tijdelijk naar Zuid-Sudan wordt uitgevoerd;
d. militaire goederen die tijdelijk naar Zuid-Sudan worden uitgevoerd door een staat die overeenkomstig het internationaal recht actie onderneemt, gericht op de bescherming of de evacuatie van onderdanen van die staat en van de personen voor wie deze staat in Zuid-Sudan consulair verantwoordelijk is, na voorafgaande kennisgeving aan het Comité;
e. militaire goederen aan of ter ondersteuning van de regionale taskforce van de Afrikaanse Unie, uitsluitend bestemd voor regionale operaties ter bestrijding van het Verzetsleger van de Heer en na voorafgaande kennisgeving aan het Comité;
f. militaire goederen uitsluitend bedoeld ter ondersteuning van de uitvoering van het vredesakkoord, na voorafgaande kennisgeving aan het Comité;
g. militaire goederen mits vooraf goedgekeurd door het Comité.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van:
a. militaire goederen uitsluitend bestemd ter ondersteuning van of voor gebruik door personeel van de Verenigde Naties (VN), daaronder begrepen de VN-missie in Zuid-Sudan (UNMISS) en de tijdelijke VN-veiligheidsmacht van Abyei (UNISFA);
b. niet-dodelijke militaire uitrusting uitsluitend bestemd voor humanitair of beschermend gebruik na voorafgaande kennisgeving aan het krachtens Resolutie 2206 (2015) opgerichte Comité van de Veiligheidsraad;
c. beschermende kleding voor persoonlijk gebruik, met inbegrip van scherfwerende vesten en militaire helmen, die door personeel van de VN, vertegenwoordigers van de media, door medewerkers van humanitaire organisaties, ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel tijdelijk naar Zuid-Sudan wordt uitgevoerd;
d. militaire goederen die tijdelijk naar Zuid-Sudan worden uitgevoerd door een staat die overeenkomstig het internationaal recht actie onderneemt, gericht op de bescherming of de evacuatie van onderdanen van die staat en van de personen voor wie deze staat in Zuid-Sudan consulair verantwoordelijk is, na voorafgaande kennisgeving aan het Comité;
e. militaire goederen aan of ter ondersteuning van de regionale taskforce van de Afrikaanse Unie, uitsluitend bestemd voor regionale operaties ter bestrijding van het Verzetsleger van de Heer en na voorafgaande kennisgeving aan het Comité;
f. militaire goederen uitsluitend bedoeld ter ondersteuning van de uitvoering van het vredesakkoord, na voorafgaande kennisgeving aan het Comité;
g. militaire goederen mits vooraf goedgekeurd door het Comité.