BWBR0036731
Geldig vanaf 2015-06-27
Artikel 2
Sanctieregeling Zuid-Sudan 2015
1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, artikel 6, artikel 7, artikel 8, eerste lid, artikel 9, artikel 10, eerste lid, artikel 11, artikel 12, eerste lid, artikel 13, eerste lid, en artikel 14, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2015/735 is de Minister van Financiën voor zover het betreft financieringen of financiële bijstand, de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden of informatie van financiële aard.
2. De bevoegde autoriteit bedoeld in artikel 3, artikel 6, artikel 7, artikel 8, eerste lid, artikel 9, artikel 10, eerste lid, artikel 11, en artikel 12, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2015/735 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2015/735 is de Minister van Financiën voor zover het betreft financiering of financiële bijstand en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft technische bijstand en tussenhandeldiensten.
2. De bevoegde autoriteit bedoeld in artikel 3, artikel 6, artikel 7, artikel 8, eerste lid, artikel 9, artikel 10, eerste lid, artikel 11, en artikel 12, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2015/735 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2015/735 is de Minister van Financiën voor zover het betreft financiering of financiële bijstand en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft technische bijstand en tussenhandeldiensten.