BWBR0036702
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 33
Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015
1. Onze Minister beoordeelt bij de toepassing van de artikelen 38, vierde lid, en 44a, derde lid, van de wetin elk geval:
a. de liquiditeit van de toegelaten instelling, waaronder in elk geval de risico’s daarvoor vanwege het bezit van financiële derivaten;
b. haar solvabiliteit;
c. haar ruimte voor het doen van investeringen in de eerstvolgende vijf kalenderjaren na het verslagjaar waarop het oordeel betrekking heeft;
d. haar beschikbare financiële middelen in verhouding tot de werkzaamheden die zijn opgenomen in het overzicht, bedoeld in artikel 44a, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
e. de mate waarin het risico bestaat dat haar vermogen niet bestemd blijft voor het behartigen van het belang van de volkshuisvesting en
f. de kwaliteit van haar organisatiestructuur.
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke onderwerpen voorts in elk geval worden beoordeeld bij de toepassing van de artikelen 38, vierde lid, en artikel 44a, derde lid, van de wet.
a. de liquiditeit van de toegelaten instelling, waaronder in elk geval de risico’s daarvoor vanwege het bezit van financiële derivaten;
b. haar solvabiliteit;
c. haar ruimte voor het doen van investeringen in de eerstvolgende vijf kalenderjaren na het verslagjaar waarop het oordeel betrekking heeft;
d. haar beschikbare financiële middelen in verhouding tot de werkzaamheden die zijn opgenomen in het overzicht, bedoeld in artikel 44a, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
e. de mate waarin het risico bestaat dat haar vermogen niet bestemd blijft voor het behartigen van het belang van de volkshuisvesting en
f. de kwaliteit van haar organisatiestructuur.
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke onderwerpen voorts in elk geval worden beoordeeld bij de toepassing van de artikelen 38, vierde lid, en artikel 44a, derde lid, van de wet.