BWBR0036630
Geldig vanaf 2015-05-21
Artikel 4
Beleidsregels AMIF en ISF 2014–2020
1. Uitgaven in verband met huur- en leasingverrichtingen komen voor medefinanciering in aanmerking afhankelijk van de overige nationale wetgeving, voorschriften en praktijken en de duur van de huur of de leasing voor het project. Onder leasing wordt in het kader van de subsidieregelingfinancial lease verstaan.
2. Wanneer materieel wordt aangekocht tijdens de levensduur van het project, moet in de begroting worden gespecificeerd of de volledige of gedeeltelijke aankoopkosten zijn opgenomen, of alleen dat deel van de afschrijvingen van het materieel dat overeenstemt met de duur van het gebruik voor het project en met de mate waarin het daadwerkelijk voor het project wordt gebruikt. Dit laatste wordt berekend overeenkomstig de geldende nationale voorschriften.
3. Materieel dat vóór de levensduur van het project werd aangekocht, maar dat wordt gebruikt voor het project, is subsidiabel op grond van afschrijvingen. Deze kosten zijn echter niet subsidiabel wanneer het materieel oorspronkelijk werd aangekocht via een subsidie van de Europese Unie.
4. Voor afzonderlijke artikelen die minder dan € 20.000 kosten, zijn de volledige aankoopkosten subsidiabel, op voorwaarde dat het materieel wordt aangekocht vóór de laatste drie maanden van het project. Afzonderlijke artikelen die € 20.000 of meer kosten, zijn alleen subsidiabel op basis van afschrijvingen.
5. Voor subsidiabele activiteiten die vallen onder bijlage C van de subsidieregelingzijn, in afwijking van lid 4, de aankoopkosten van vervoersmiddelen die minder dan € 250.000 kosten, volledige subsidiabel. Vervoermiddelen die € 250.000 of meer kosten, zijn alleen subsidiabel op basis van afschrijvingen.
6. Voor subsidiabele activiteiten die vallen onder de bijlagen D, E, F, G, H tot en met Hf, Hjen Hk van de subsidieregelingzijn de volledige aankoopkosten subsidiabel.
7. Aankoopkosten voor materieel moeten overeenstemmen met de normale marktkosten en de waarde van de betrokken voorwerpen wordt afgeschreven overeenkomstig de belasting- en boekhoudvoorschriften die voor de subsidieontvanger gelden.
8. Indien er sprake is van volledige of gedeeltelijke aankoopkosten dient het materieel vanaf de dag van aankoop voor dezelfde doelstellingen als die van het project te worden gebruikt gedurende ten minste drie jaar voor informatie- en communicatietechnologiematerieel, vijf jaar voor andere soorten materieel, zoals bedrijfsuitrusting en vervoermiddelen, met uitzondering van helikopters, vaartuigen en vliegtuigen, waarvoor een periode van tien jaar geldt.
9. Wanneer materieel wordt gebruikt voor meerdere doeleinden en het dientengevolge niet mogelijk is om de volledige kosten van het materieel ten laste van het project te brengen, moet een percentage van het gebruik worden berekend en worden toegepast op de kosten van het materieel om de kosten die aan het project kunnen worden toegerekend te bepalen. De termijnen, bedoeld in het vorige lid, wijzigen als gevolg hiervan niet.
2. Wanneer materieel wordt aangekocht tijdens de levensduur van het project, moet in de begroting worden gespecificeerd of de volledige of gedeeltelijke aankoopkosten zijn opgenomen, of alleen dat deel van de afschrijvingen van het materieel dat overeenstemt met de duur van het gebruik voor het project en met de mate waarin het daadwerkelijk voor het project wordt gebruikt. Dit laatste wordt berekend overeenkomstig de geldende nationale voorschriften.
3. Materieel dat vóór de levensduur van het project werd aangekocht, maar dat wordt gebruikt voor het project, is subsidiabel op grond van afschrijvingen. Deze kosten zijn echter niet subsidiabel wanneer het materieel oorspronkelijk werd aangekocht via een subsidie van de Europese Unie.
4. Voor afzonderlijke artikelen die minder dan € 20.000 kosten, zijn de volledige aankoopkosten subsidiabel, op voorwaarde dat het materieel wordt aangekocht vóór de laatste drie maanden van het project. Afzonderlijke artikelen die € 20.000 of meer kosten, zijn alleen subsidiabel op basis van afschrijvingen.
5. Voor subsidiabele activiteiten die vallen onder bijlage C van de subsidieregelingzijn, in afwijking van lid 4, de aankoopkosten van vervoersmiddelen die minder dan € 250.000 kosten, volledige subsidiabel. Vervoermiddelen die € 250.000 of meer kosten, zijn alleen subsidiabel op basis van afschrijvingen.
6. Voor subsidiabele activiteiten die vallen onder de bijlagen D, E, F, G, H tot en met Hf, Hjen Hk van de subsidieregelingzijn de volledige aankoopkosten subsidiabel.
7. Aankoopkosten voor materieel moeten overeenstemmen met de normale marktkosten en de waarde van de betrokken voorwerpen wordt afgeschreven overeenkomstig de belasting- en boekhoudvoorschriften die voor de subsidieontvanger gelden.
8. Indien er sprake is van volledige of gedeeltelijke aankoopkosten dient het materieel vanaf de dag van aankoop voor dezelfde doelstellingen als die van het project te worden gebruikt gedurende ten minste drie jaar voor informatie- en communicatietechnologiematerieel, vijf jaar voor andere soorten materieel, zoals bedrijfsuitrusting en vervoermiddelen, met uitzondering van helikopters, vaartuigen en vliegtuigen, waarvoor een periode van tien jaar geldt.
9. Wanneer materieel wordt gebruikt voor meerdere doeleinden en het dientengevolge niet mogelijk is om de volledige kosten van het materieel ten laste van het project te brengen, moet een percentage van het gebruik worden berekend en worden toegepast op de kosten van het materieel om de kosten die aan het project kunnen worden toegerekend te bepalen. De termijnen, bedoeld in het vorige lid, wijzigen als gevolg hiervan niet.