BWBR0036630
Geldig vanaf 2015-05-21
Artikel 2
Beleidsregels AMIF en ISF 2014–2020
1. Specifieke uitgaven in verband met doelgroepen bestaan overeenkomstig de in bijlagen A, B, C, Hg, Hhen Hi van de subsidieregelingomschreven subsidiabele activiteiten in volledige of gedeeltelijke ondersteuning in de vorm van:
a. een vergoeding van kosten gemaakt door de subsidieontvanger ten behoeve van de doelgroepen, of
b. een vergoeding van door de doelgroepen gemaakte kosten die vervolgens door de subsidieontvanger worden terugbetaald.
2. In het geval van activiteiten waarvoor de deelname noodzakelijk is van personen die onder de reikwijdte van bijlagen A, Bof Hg van de subsidieregelingvallen, zoals bijvoorbeeld een opleiding en cursus, kunnen kleine geldelijke stimulansen worden verstrekt als extra bijstand, mits het totaalbedrag niet groter is dan € 25.000 per project en het wordt verdeeld per deelnemer voor elk evenement, cursus, en dergelijke. De subsidieontvanger dient een lijst bij te houden van de personen, de tijd en plaats van betaling en zorgt voor een degelijke follow-up om elke dubbele financiering of elk misbruik van middelen te vermijden.
3. In het geval van activiteiten die onder de reikwijdte van de artikelen C5, eerste lid, onderdelen a, b en cen Ha4, onderdelen b, c en d, van de subsidieregeling, vallen kunnen de in de subsidieregelinggenoemde maximale bedragen worden vergoed in de vorm van niet terugvorderbare forfaitaire bedragen, zoals ingeval van beperkte steun voor het opbouwen van economische activiteiten en geldelijke stimulansen voor terugkeerders. Het bieden van financiële ondersteuning is vooralsnog alleen voorbehouden aan de Internationale Organisatie voor Migratie die voor de Nederlandse overheid ook de Herintegratieregeling Terugkeer uitvoert en de Dienst Terugkeer & Vertrek die verantwoordelijk is voor de regie en de uitvoering van het terugkeerbeleid.
4. Bijstandsmaatregelen na terugkeer naar een derde land, zoals bijstand op het gebied van opleiding en werk, korte termijnmaatregelen om de herintegratie op gang te brengen, en hulp na terugkeer zoals respectievelijk beschreven in bijlage C van de subsidieregeling, mogen niet langer duren dan twaalf maanden na de datum van terugkeer van de onderdaan van het derde land.
5. De termijn, bedoeld in het vierde lid, wordt verlengd met de periode dat de bijstandsmaatregelen als gevolg van beperkende voorschriften die gelden in het kader van de COVID-19 pandemie niet of niet volledig kunnen worden uitgevoerd, met een maximum van twaalf maanden.
a. een vergoeding van kosten gemaakt door de subsidieontvanger ten behoeve van de doelgroepen, of
b. een vergoeding van door de doelgroepen gemaakte kosten die vervolgens door de subsidieontvanger worden terugbetaald.
2. In het geval van activiteiten waarvoor de deelname noodzakelijk is van personen die onder de reikwijdte van bijlagen A, Bof Hg van de subsidieregelingvallen, zoals bijvoorbeeld een opleiding en cursus, kunnen kleine geldelijke stimulansen worden verstrekt als extra bijstand, mits het totaalbedrag niet groter is dan € 25.000 per project en het wordt verdeeld per deelnemer voor elk evenement, cursus, en dergelijke. De subsidieontvanger dient een lijst bij te houden van de personen, de tijd en plaats van betaling en zorgt voor een degelijke follow-up om elke dubbele financiering of elk misbruik van middelen te vermijden.
3. In het geval van activiteiten die onder de reikwijdte van de artikelen C5, eerste lid, onderdelen a, b en cen Ha4, onderdelen b, c en d, van de subsidieregeling, vallen kunnen de in de subsidieregelinggenoemde maximale bedragen worden vergoed in de vorm van niet terugvorderbare forfaitaire bedragen, zoals ingeval van beperkte steun voor het opbouwen van economische activiteiten en geldelijke stimulansen voor terugkeerders. Het bieden van financiële ondersteuning is vooralsnog alleen voorbehouden aan de Internationale Organisatie voor Migratie die voor de Nederlandse overheid ook de Herintegratieregeling Terugkeer uitvoert en de Dienst Terugkeer & Vertrek die verantwoordelijk is voor de regie en de uitvoering van het terugkeerbeleid.
4. Bijstandsmaatregelen na terugkeer naar een derde land, zoals bijstand op het gebied van opleiding en werk, korte termijnmaatregelen om de herintegratie op gang te brengen, en hulp na terugkeer zoals respectievelijk beschreven in bijlage C van de subsidieregeling, mogen niet langer duren dan twaalf maanden na de datum van terugkeer van de onderdaan van het derde land.
5. De termijn, bedoeld in het vierde lid, wordt verlengd met de periode dat de bijstandsmaatregelen als gevolg van beperkende voorschriften die gelden in het kader van de COVID-19 pandemie niet of niet volledig kunnen worden uitgevoerd, met een maximum van twaalf maanden.