BWBR0036585
Geldig vanaf 07-05-2015
Artikel 4
Bestuursreglement College voor Toetsen en Examens
1. De voorzitter heeft mandaat voor al hetgeen het College voor Toetsen en Examens betreft.
2. Aan de voorzitter is voorbehouden het namens het College ondertekenen van
a. algemeen verbindende voorschriften,
b. brieven gericht aan de ministers en staatssecretarissen,
c. beslissingen als bedoeld in artikel 11,
d beslissingen op bezwaar of het indienen van beroepschriften.
3. Aan een lid, niet zijnde de voorzitter, is voorbehouden het namens het College afdoen en ondertekenen van stukken houdende beslissingen op bezwaar of het indienen van beroepschriften, voorzover het besluiten betreft die zijn getekend door de voorzitter.
4. Het verlenen van ondermandaat van de bevoegdheden, bedoeld in het tweede en derde lid, is niet mogelijk, met uitzondering van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in de artikelen 3, 6, zesde lid, 18, vijfde lid, en 23 van het Staatsexamenbesluit VO en de artikelen 6, vierde lid, en 13 van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal.
5. Bij ontstentenis van de voorzitter oefent een van de overige leden diens taken uit. Hij handelt daarbij met het mandaat dat de voorzitter op grond van het eerste en tweede lid heeft.
2. Aan de voorzitter is voorbehouden het namens het College ondertekenen van
a. algemeen verbindende voorschriften,
b. brieven gericht aan de ministers en staatssecretarissen,
c. beslissingen als bedoeld in artikel 11,
d beslissingen op bezwaar of het indienen van beroepschriften.
3. Aan een lid, niet zijnde de voorzitter, is voorbehouden het namens het College afdoen en ondertekenen van stukken houdende beslissingen op bezwaar of het indienen van beroepschriften, voorzover het besluiten betreft die zijn getekend door de voorzitter.
4. Het verlenen van ondermandaat van de bevoegdheden, bedoeld in het tweede en derde lid, is niet mogelijk, met uitzondering van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in de artikelen 3, 6, zesde lid, 18, vijfde lid, en 23 van het Staatsexamenbesluit VO en de artikelen 6, vierde lid, en 13 van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal.
5. Bij ontstentenis van de voorzitter oefent een van de overige leden diens taken uit. Hij handelt daarbij met het mandaat dat de voorzitter op grond van het eerste en tweede lid heeft.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0036585
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl