BWBR0036252
Geldig vanaf 2015-02-10
Artikel 7
Regeling uitvoering ELFPO programmaperiode 2014–2020
1. Ter uitvoering van artikel 47, eerste lid, van verordening (EU) nr. 1303/2013 en artikel 74 van verordening (EU) nr. 1305/2013 is er een Comité van Toezicht.
2. Het Comité van Toezicht bestaat uit de volgende leden:
a. De minister of diens vertegenwoordiger, tevens voorzitter;
b. stemgerechtigde leden, te weten: 1°. de vertegenwoordiging aangewezen door de minister;
2°. de vertegenwoordiging aangewezen door gedeputeerde staten van de onderscheiden provincies.
1°. de vertegenwoordiging aangewezen door de minister;
2°. de vertegenwoordiging aangewezen door gedeputeerde staten van de onderscheiden provincies.
c. adviserende leden, namelijk: 1°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de Vereniging Nederlandse Gemeenten;
2°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de Unie van Waterschappen;
3°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de sociale- en economische partners;
4°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de natuur- en milieuorganisaties;
5°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de landbouworganisaties;
6°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de Europese Commissie.
1°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de Vereniging Nederlandse Gemeenten;
2°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de Unie van Waterschappen;
3°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de sociale- en economische partners;
4°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de natuur- en milieuorganisaties;
5°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de landbouworganisaties;
6°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de Europese Commissie.
3. Van de aanwijzing van een vertegenwoordiger op grond van het tweede lid die niet geschiedt door de minister en van de aanwijzing van de plaatsvervangend voorzitter wordt door de aanwijzende organisaties mededeling gedaan aan de minister.
4. De minister wijst het secretariaat van het Comité van Toezicht aan.
2. Het Comité van Toezicht bestaat uit de volgende leden:
a. De minister of diens vertegenwoordiger, tevens voorzitter;
b. stemgerechtigde leden, te weten: 1°. de vertegenwoordiging aangewezen door de minister;
2°. de vertegenwoordiging aangewezen door gedeputeerde staten van de onderscheiden provincies.
1°. de vertegenwoordiging aangewezen door de minister;
2°. de vertegenwoordiging aangewezen door gedeputeerde staten van de onderscheiden provincies.
c. adviserende leden, namelijk: 1°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de Vereniging Nederlandse Gemeenten;
2°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de Unie van Waterschappen;
3°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de sociale- en economische partners;
4°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de natuur- en milieuorganisaties;
5°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de landbouworganisaties;
6°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de Europese Commissie.
1°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de Vereniging Nederlandse Gemeenten;
2°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de Unie van Waterschappen;
3°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de sociale- en economische partners;
4°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de natuur- en milieuorganisaties;
5°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de landbouworganisaties;
6°. een vertegenwoordiger, aangewezen door de Europese Commissie.
3. Van de aanwijzing van een vertegenwoordiger op grond van het tweede lid die niet geschiedt door de minister en van de aanwijzing van de plaatsvervangend voorzitter wordt door de aanwijzende organisaties mededeling gedaan aan de minister.
4. De minister wijst het secretariaat van het Comité van Toezicht aan.