BWBR0036252
Geldig vanaf 2015-02-10
Artikel 3
Regeling uitvoering ELFPO programmaperiode 2014–2020
1. De minister draagt overeenkomstig artikel 66, tweede lid, van verordening (EU) nr. 1305/2013, het beheer en de uitvoering van de volgende concrete acties die voor steun in aanmerking komen, over aan het provinciebestuur van de onderscheiden provincies:
a. alle concrete acties op grond van de artikelen 28 en 42 tot en met 44 van verordening (EU) nr. 1305/2013 alsmede alle concrete acties op grond van de artikelen 33 tot en met 35 van verordening (EU) nr. 1303/2013;
b. concrete acties op grond van de artikelen 14, 17, eerste lid, onderdelen a, c en d, en 35 van verordening (EU) nr. 1305/2013, voor zover deze acties provinciaal worden uitgevoerd.
2. Onder het beheer en de uitvoering van concrete acties als bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval verstaan:
a. het vaststellen van voorwaarden voor de concrete acties die voor steun in aanmerking kunnen komen;
b. het in overeenstemming met artikel 49 van verordening (EU) nr. 1305/2013 vaststellen van criteria voor de selectie van de concrete acties die door de betreffende provincie worden uitgevoerd;
c. de ex ante beoordeling van de verifieerbaarheid en controleerbaarheid van de maatregelen, bedoeld in artikel 62 van verordening (EU) nr. 1305/2013;
d. de beoordeling van de verifieerbaarheid en controleerbaarheid van de maatregelen tijdens de uitvoering van het plattelandsontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 62 van verordening (EU) nr. 1305/2013;
e. uitvoering geven aan artikel 66, eerste lid, onder c, h en i, van verordening (EU) nr. 1305/2013;
f. het instellen van een comité overeenkomstig artikel 33, derde lid, van verordening 1303/2013;
g. het beschikbaar stellen van toereikende informatie aan de minister ter uitvoering van artikel 50 van verordening (EU) nr. 1303/2013.
a. alle concrete acties op grond van de artikelen 28 en 42 tot en met 44 van verordening (EU) nr. 1305/2013 alsmede alle concrete acties op grond van de artikelen 33 tot en met 35 van verordening (EU) nr. 1303/2013;
b. concrete acties op grond van de artikelen 14, 17, eerste lid, onderdelen a, c en d, en 35 van verordening (EU) nr. 1305/2013, voor zover deze acties provinciaal worden uitgevoerd.
2. Onder het beheer en de uitvoering van concrete acties als bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval verstaan:
a. het vaststellen van voorwaarden voor de concrete acties die voor steun in aanmerking kunnen komen;
b. het in overeenstemming met artikel 49 van verordening (EU) nr. 1305/2013 vaststellen van criteria voor de selectie van de concrete acties die door de betreffende provincie worden uitgevoerd;
c. de ex ante beoordeling van de verifieerbaarheid en controleerbaarheid van de maatregelen, bedoeld in artikel 62 van verordening (EU) nr. 1305/2013;
d. de beoordeling van de verifieerbaarheid en controleerbaarheid van de maatregelen tijdens de uitvoering van het plattelandsontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 62 van verordening (EU) nr. 1305/2013;
e. uitvoering geven aan artikel 66, eerste lid, onder c, h en i, van verordening (EU) nr. 1305/2013;
f. het instellen van een comité overeenkomstig artikel 33, derde lid, van verordening 1303/2013;
g. het beschikbaar stellen van toereikende informatie aan de minister ter uitvoering van artikel 50 van verordening (EU) nr. 1303/2013.