BWBR0036152
Geldig vanaf 01-04-2015
Artikel 3
Regeling eed of belofte financiële sector 2015
1. Het afleggen van de eed geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier bedoeld in artikel 2 door de persoon ten overstaan van wie de eed wordt afgelegd, waarna de persoon die de eed aflegt woordelijk uitspreekt: ‘Zo waarlijk helpe mij God Almachtig’.
2. Het afleggen van de belofte geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier bedoeld in artikel 2 door de persoon ten overstaan van wie de belofte wordt afgelegd, waarna de persoon die de belofte aflegt woordelijk uitspreekt: ‘Dat verklaar en beloof ik’.
3. Het eerste en tweede lid zijn, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 1, derde lid, niet van toepassing op zelfstandigen zonder personeel.
2. Het afleggen van de belofte geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier bedoeld in artikel 2 door de persoon ten overstaan van wie de belofte wordt afgelegd, waarna de persoon die de belofte aflegt woordelijk uitspreekt: ‘Dat verklaar en beloof ik’.
3. Het eerste en tweede lid zijn, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 1, derde lid, niet van toepassing op zelfstandigen zonder personeel.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0036152
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl