BWBR0036080
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 6
Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2015
Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. het sturing geven aan de organisatie en bedrijfsvoeringsaspecten van het Ministerie van Economische Zaken waaronder het vaststellen van de begroting op de apparaatskosten en personeelsbudgetten;
b. het beslissen over gemeenschappelijke en generieke ICT-vraagstukken van het ministerie;
c. het sturing geven aan en bewaken van de uitvoering van departementale taakstellingen;
d. het begeleiden van transitie- en organisatietrajecten die voortvloeien uit wijzigingen binnen de organisatie;
e. het vervangen van de secretaris-generaal in overleggen met de medezeggenschap en centrales van verenigingen van ambtenaren;
f. het optreden als Chief Information Officer (CIO) van het Ministerie van Economische Zaken door onder meer het voorzitten van de EZ CIO-raad en het binnen het ministerie beheren van het portfolio op het gebied van informatievoorziening en sturen op de naleving van (inter)departementale kaders;
g. het voorzitten van het Bedrijfsvoeringoverleg van het Ministerie van Economische Zaken;
h. het invulling geven aan de eigenaarsrol van de Minister van Economische Zaken richting alle agentschappen, met uitzondering van de toezichtstaken van de rijksinspecties;
i. het invulling geven aan de bedrijfsmatige relatie met de aan de Minister van Economische Zaken gelieerde organisaties met publieke taken;
j. sturing geven aan inbreng in projecten die voortvloeien uit het overleg tussen secretarissen-generaal;
k. het vertegenwoordigen van het ministerie in interdepartementale gremia, waaronder de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst en de Interdepartementale Commissie Chief Information Officers;
l. het vorderen van opgaven en inlichtingen op grond van artikel 5.3 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), het handhaven, bedoeld in de artikelen 5.4, 5.5. en 5.6 van de WNT, ten aanzien van de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen, instellingen en topfunctionarissen en de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de voorgaande bevoegdheid;
m. aangelegenheden op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
n. aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
o. aangelegenheden op het gebied van de Wet bescherming persoonsgegevens, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is.
a. het sturing geven aan de organisatie en bedrijfsvoeringsaspecten van het Ministerie van Economische Zaken waaronder het vaststellen van de begroting op de apparaatskosten en personeelsbudgetten;
b. het beslissen over gemeenschappelijke en generieke ICT-vraagstukken van het ministerie;
c. het sturing geven aan en bewaken van de uitvoering van departementale taakstellingen;
d. het begeleiden van transitie- en organisatietrajecten die voortvloeien uit wijzigingen binnen de organisatie;
e. het vervangen van de secretaris-generaal in overleggen met de medezeggenschap en centrales van verenigingen van ambtenaren;
f. het optreden als Chief Information Officer (CIO) van het Ministerie van Economische Zaken door onder meer het voorzitten van de EZ CIO-raad en het binnen het ministerie beheren van het portfolio op het gebied van informatievoorziening en sturen op de naleving van (inter)departementale kaders;
g. het voorzitten van het Bedrijfsvoeringoverleg van het Ministerie van Economische Zaken;
h. het invulling geven aan de eigenaarsrol van de Minister van Economische Zaken richting alle agentschappen, met uitzondering van de toezichtstaken van de rijksinspecties;
i. het invulling geven aan de bedrijfsmatige relatie met de aan de Minister van Economische Zaken gelieerde organisaties met publieke taken;
j. sturing geven aan inbreng in projecten die voortvloeien uit het overleg tussen secretarissen-generaal;
k. het vertegenwoordigen van het ministerie in interdepartementale gremia, waaronder de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst en de Interdepartementale Commissie Chief Information Officers;
l. het vorderen van opgaven en inlichtingen op grond van artikel 5.3 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), het handhaven, bedoeld in de artikelen 5.4, 5.5. en 5.6 van de WNT, ten aanzien van de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen, instellingen en topfunctionarissen en de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de voorgaande bevoegdheid;
m. aangelegenheden op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
n. aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
o. aangelegenheden op het gebied van de Wet bescherming persoonsgegevens, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is.