BWBR0036080
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 18
Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2015
1. De hoofden van dienst kunnen, ieder voor zijn werkterrein, voor aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, en 8 tot en met 14, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan hun plaatsvervangers, en wat het werkterrein van ondergeschikte organisatieonderdelen of functionarissen betreft, aan de hoofden van die onderdelen of aan die functionarissen en aan hun plaatsvervangers.
2. Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat geen ondermandaat, volmacht en machtiging mag worden verleend voor de volgende aangelegenheden:
a. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst of het beëindigen van vaste of tijdelijke aanstellingen;
b. het verlenen van buitengewoon verlof op grond van artikel 34 van het ARAR;
c. het opdragen van een andere functie op grond van artikel 57 van het ARAR;
d. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op grond van artikel 58 van het ARAR;
e. het bevorderen naar een hogere salarisschaal;
f. het toekennen van beloningen;
g. het toekennen van schadeloosstellingen op grond van artikel 69 van het ARAR;
h. het verlenen van ontslag op grond van de artikelen 49l en 96 van het ARAR;
i. het schorsen op grond van artikel 91 van het ARAR;
j. het toekennen van een terugkeergarantie;
k. het afnemen van de eed en belofte.
3. De secretaris-generaal kan aan hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het, in afwijking van het tweede lid, verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging.
2. Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat geen ondermandaat, volmacht en machtiging mag worden verleend voor de volgende aangelegenheden:
a. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst of het beëindigen van vaste of tijdelijke aanstellingen;
b. het verlenen van buitengewoon verlof op grond van artikel 34 van het ARAR;
c. het opdragen van een andere functie op grond van artikel 57 van het ARAR;
d. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op grond van artikel 58 van het ARAR;
e. het bevorderen naar een hogere salarisschaal;
f. het toekennen van beloningen;
g. het toekennen van schadeloosstellingen op grond van artikel 69 van het ARAR;
h. het verlenen van ontslag op grond van de artikelen 49l en 96 van het ARAR;
i. het schorsen op grond van artikel 91 van het ARAR;
j. het toekennen van een terugkeergarantie;
k. het afnemen van de eed en belofte.
3. De secretaris-generaal kan aan hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het, in afwijking van het tweede lid, verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging.