1. Op uitkeringen die zijn verleend of verstrekt aan een college van burgemeester en wethouders op grond van de
Wet participatiebudgetvoor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel XXXVIBvan deze wet blijven de Wet participatiebudget en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding artikel XXXVIB van deze wet, van toepassing.
2. Middelen die op grond van
artikel 2of
artikel 4 van de Wet participatiebudgetof daarop berustende bepalingen zijn gereserveerd voor besteding in 2015 met uitzondering van het bedrag dat door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beschikbaar is gesteld, kunnen door het college van burgemeester en wethouders in 2015 vrij worden besteed binnen de kaders van een integratie-uitkering op grond van de Financiële-verhoudingswet. Dit gereserveerde bedrag wordt niet teruggevorderd op de wijze, bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid, van de Wet participatiebudget, zoals dat artikel luidde op de dag, bedoeld in het eerste lid.