BWBR0035982
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 11
Regeling bedrijfscommissie voor de overheid 2015
1. De termijn voor de behandeling van een verzoek om bemiddeling, inclusief het uitbrengen van het schriftelijk verslag, genoemd in artikel 10, bedraagt maximaal twee maanden.
2. De termijn vangt aan op de dag waarop het verzoek bij de bevoegde bedrijfscommissie overheid is ontvangen.
3. De termijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de bedrijfscommissie overheid de verzoeker uitnodigt het verzoek aan te vullen, tot de dag waarop het verzoek is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
4. De bedrijfscommissie overheid verlengt de termijn, bedoeld in artikel 7, vierde lid, in elk geval als een van de partijen hierom verzoekt en de andere partij hiermee instemt.
5. Als de bedrijfscommissie overheid het schriftelijk verslag, genoemd in het eerste lid, niet binnen de hiervoor bepaalde uiterste termijn kan uitbrengen, brengt zij betrokken partijen daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte. Zij stelt daarbij een nieuwe uiterste termijn.
2. De termijn vangt aan op de dag waarop het verzoek bij de bevoegde bedrijfscommissie overheid is ontvangen.
3. De termijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de bedrijfscommissie overheid de verzoeker uitnodigt het verzoek aan te vullen, tot de dag waarop het verzoek is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
4. De bedrijfscommissie overheid verlengt de termijn, bedoeld in artikel 7, vierde lid, in elk geval als een van de partijen hierom verzoekt en de andere partij hiermee instemt.
5. Als de bedrijfscommissie overheid het schriftelijk verslag, genoemd in het eerste lid, niet binnen de hiervoor bepaalde uiterste termijn kan uitbrengen, brengt zij betrokken partijen daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte. Zij stelt daarbij een nieuwe uiterste termijn.