BWBR0035971
Geldig vanaf 2022-09-27
Artikel 24
Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
1. Op een garantie van oorsprong wordt in ieder geval vermeld:
a. op welke vorm van energie de garantie van oorsprong betrekking heeft;
b. de gebruikte energiebron;
c. in het geval van het gebruik van biomassa: 1°. de soort biomassa;
2°. de afgegeven certificaten, bedoeld in artikel 11, vijfde lid;
1°. de soort biomassa;
2°. de afgegeven certificaten, bedoeld in artikel 11, vijfde lid;
d. de begindatum en einddatum van de productie;
e. een aanduiding van de productie-installatie, waaronder de locatie, het type en de capaciteit;
f. de datum waarop de productie-installatie in gebruik is genomen;
g. of de productie-installatie overheidssteun heeft ontvangen of genoten en het type overheidssteun;
h. een uniek identificatienummer;
i. de datum en het land van afgifte.
2. Op een garantie van oorsprong voor HR-WKK-elektriciteit wordt tevens vermeld:
a. de identiteit en het thermisch en elektrisch vermogen van de installatie;
b. de lagere calorische waarde van de brandstofbron waaruit de elektriciteit werd geproduceerd;
c. de hoeveelheid en het gebruik van de samen met de elektriciteit geproduceerde thermische energie;
d. overeenkomstig bijlage II bij richtlijn 2012/27/EU de hoeveelheid elektriciteit gewonnen uit hoogrenderende warmtekrachtkoppeling waarvoor de garantie geldt;
e. de besparing op primaire energie berekend overeenkomstig bijlage II bij richtlijn 2012/27/EU op basis van de in bijlage II, onder f), bij richtlijn 2012/27/EU vastgestelde geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden;
f. het nominale elektrische en thermische rendement van de installatie.
3. Op een garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen wordt op verzoek van de producent tevens vermeld:
a. de grondstof volgens het gehanteerde duurzaamheidssysteem:
b. het land van herkomst van de grondstof;
c. indien meerdere grondstoffen gebruikt zijn, de bijdrage aan de energie per grondstof;
d. het gehanteerde duurzaamheidssysteem;
e. broeikasgasemissie zoals berekend door het duurzaamheidsysteem;
f. energieproductie zonder, indien toegepast, correctie voor eigen gebruik van het gas als vermeld in artikel 6 tweede lid.
4. Op een certificaat van oorsprong wordt in ieder geval vermeld:
a. op welke vorm van energie het certificaat van oorsprong betrekking heeft;
b. de gebruikte energiebron;
c. de begindatum en einddatum van de productie;
d. een aanduiding van de productie-installatie, waaronder de locatie, het type en de capaciteit;
e. de datum waarop de productie-installatie in gebruik is genomen;
f. een uniek identificatienummer;
g. de datum en het land van afgifte.
5. Op een garantie van oorsprong voor ander gas uit hernieuwbare bronnen wordt tevens vermeld:
a. op verzoek van de producent: 1°. de grondstof volgens het gehanteerde duurzaamheidssysteem;
2°. het land van herkomst van de grondstof;
3°. het gehanteerde duurzaamheidssysteem;
4°. broeikasgasemissie zoals berekend volgens het gehanteerde duurzaamheidsysteem;
1°. de grondstof volgens het gehanteerde duurzaamheidssysteem;
2°. het land van herkomst van de grondstof;
3°. het gehanteerde duurzaamheidssysteem;
4°. broeikasgasemissie zoals berekend volgens het gehanteerde duurzaamheidsysteem;
b. indien sprake is van omzetting van energie uit hernieuwbare bronnen in ander gas uit hernieuwbare bronnen, de informatie vermeld op de voor de conversie afgeboekte garanties van oorsprong over: 1°. de gebruikte energiebron;
2°. voor de productie-installatie ontvangen of genoten overheidssteun en het type overheidssteun;
3°. de afgegeven certificaten, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, in het geval van gebruik van biomassa.
1°. de gebruikte energiebron;
2°. voor de productie-installatie ontvangen of genoten overheidssteun en het type overheidssteun;
3°. de afgegeven certificaten, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, in het geval van gebruik van biomassa.
a. op welke vorm van energie de garantie van oorsprong betrekking heeft;
b. de gebruikte energiebron;
c. in het geval van het gebruik van biomassa: 1°. de soort biomassa;
2°. de afgegeven certificaten, bedoeld in artikel 11, vijfde lid;
1°. de soort biomassa;
2°. de afgegeven certificaten, bedoeld in artikel 11, vijfde lid;
d. de begindatum en einddatum van de productie;
e. een aanduiding van de productie-installatie, waaronder de locatie, het type en de capaciteit;
f. de datum waarop de productie-installatie in gebruik is genomen;
g. of de productie-installatie overheidssteun heeft ontvangen of genoten en het type overheidssteun;
h. een uniek identificatienummer;
i. de datum en het land van afgifte.
2. Op een garantie van oorsprong voor HR-WKK-elektriciteit wordt tevens vermeld:
a. de identiteit en het thermisch en elektrisch vermogen van de installatie;
b. de lagere calorische waarde van de brandstofbron waaruit de elektriciteit werd geproduceerd;
c. de hoeveelheid en het gebruik van de samen met de elektriciteit geproduceerde thermische energie;
d. overeenkomstig bijlage II bij richtlijn 2012/27/EU de hoeveelheid elektriciteit gewonnen uit hoogrenderende warmtekrachtkoppeling waarvoor de garantie geldt;
e. de besparing op primaire energie berekend overeenkomstig bijlage II bij richtlijn 2012/27/EU op basis van de in bijlage II, onder f), bij richtlijn 2012/27/EU vastgestelde geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden;
f. het nominale elektrische en thermische rendement van de installatie.
3. Op een garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen wordt op verzoek van de producent tevens vermeld:
a. de grondstof volgens het gehanteerde duurzaamheidssysteem:
b. het land van herkomst van de grondstof;
c. indien meerdere grondstoffen gebruikt zijn, de bijdrage aan de energie per grondstof;
d. het gehanteerde duurzaamheidssysteem;
e. broeikasgasemissie zoals berekend door het duurzaamheidsysteem;
f. energieproductie zonder, indien toegepast, correctie voor eigen gebruik van het gas als vermeld in artikel 6 tweede lid.
4. Op een certificaat van oorsprong wordt in ieder geval vermeld:
a. op welke vorm van energie het certificaat van oorsprong betrekking heeft;
b. de gebruikte energiebron;
c. de begindatum en einddatum van de productie;
d. een aanduiding van de productie-installatie, waaronder de locatie, het type en de capaciteit;
e. de datum waarop de productie-installatie in gebruik is genomen;
f. een uniek identificatienummer;
g. de datum en het land van afgifte.
5. Op een garantie van oorsprong voor ander gas uit hernieuwbare bronnen wordt tevens vermeld:
a. op verzoek van de producent: 1°. de grondstof volgens het gehanteerde duurzaamheidssysteem;
2°. het land van herkomst van de grondstof;
3°. het gehanteerde duurzaamheidssysteem;
4°. broeikasgasemissie zoals berekend volgens het gehanteerde duurzaamheidsysteem;
1°. de grondstof volgens het gehanteerde duurzaamheidssysteem;
2°. het land van herkomst van de grondstof;
3°. het gehanteerde duurzaamheidssysteem;
4°. broeikasgasemissie zoals berekend volgens het gehanteerde duurzaamheidsysteem;
b. indien sprake is van omzetting van energie uit hernieuwbare bronnen in ander gas uit hernieuwbare bronnen, de informatie vermeld op de voor de conversie afgeboekte garanties van oorsprong over: 1°. de gebruikte energiebron;
2°. voor de productie-installatie ontvangen of genoten overheidssteun en het type overheidssteun;
3°. de afgegeven certificaten, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, in het geval van gebruik van biomassa.
1°. de gebruikte energiebron;
2°. voor de productie-installatie ontvangen of genoten overheidssteun en het type overheidssteun;
3°. de afgegeven certificaten, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, in het geval van gebruik van biomassa.