BWBR0035971
Geldig vanaf 2022-09-27
Artikel 11
Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong
1. Een producent legt uiterlijk vier maanden na afloop van het kalenderjaar de meetrapporten die betrekking hebben op dat jaar over de minister.
2. In afwijking van het eerste lid legt een producent die:
a. een afvalverbrandingsinstallatie in stand houdt het meetrapport uiterlijk twee maanden na afloop van het kwartaal waarvan de kalendermaand waar het meetrapport betrekking op heeft over aan de minister;
b. een productie-installatie voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen groter dan 3 MWth of een HR-WKK-installatie in stand houdt het meetrapport uiterlijk twee maanden na afloop van de kalendermaand waar het meetrapport betrekking op heeft over aan de minister.
3. Indien in een productie-installatie naar zijn aard zuiver biogas wordt verwerkt en de producent subsidie ontvangt op grond van artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie, rapporteert de producent gelijktijdig met de overlegging van het meetrapport over de ingezette biomassa.
4. Indien in een productie-installatie biomassa of overige brandstoffen worden verwerkt, verklaart de producent gelijktijdig met het overleggen van het meetbericht, bedoeld in artikel 5, welk gewogen percentage van de door zijn productie-installatie in de desbetreffende kalendermaand of het desbetreffende kalenderjaar opgewekte totale hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen is opgewekt door middel van:
a. zuivere biomassa;
b. niet-zuivere biomassa, waarbij hij een onderscheid maakt in het biologisch afbreekbare en het niet biologisch afbreekbare gedeelte;
c. overige brandstoffen.
5. Indien in een productie-installatie biomassa wordt verwerkt, kan de producent gelijktijdig met de overlegging van het meetbericht, bedoeld in artikel 5, een verklaring overleggen waaruit blijkt dat de ingezette biomassa is gecertificeerd door middel van:
a. een certificatieschema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit accurate gegevens verschaft met het oog op de toepassing van artikel 29 van richtlijn (EU) 2018/2001; of
b. een nationaal schema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, zesde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit voldoet aan de in die richtlijn bepaalde voorwaarden.
2. In afwijking van het eerste lid legt een producent die:
a. een afvalverbrandingsinstallatie in stand houdt het meetrapport uiterlijk twee maanden na afloop van het kwartaal waarvan de kalendermaand waar het meetrapport betrekking op heeft over aan de minister;
b. een productie-installatie voor thermische energie uit hernieuwbare bronnen groter dan 3 MWth of een HR-WKK-installatie in stand houdt het meetrapport uiterlijk twee maanden na afloop van de kalendermaand waar het meetrapport betrekking op heeft over aan de minister.
3. Indien in een productie-installatie naar zijn aard zuiver biogas wordt verwerkt en de producent subsidie ontvangt op grond van artikel 2 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie, rapporteert de producent gelijktijdig met de overlegging van het meetrapport over de ingezette biomassa.
4. Indien in een productie-installatie biomassa of overige brandstoffen worden verwerkt, verklaart de producent gelijktijdig met het overleggen van het meetbericht, bedoeld in artikel 5, welk gewogen percentage van de door zijn productie-installatie in de desbetreffende kalendermaand of het desbetreffende kalenderjaar opgewekte totale hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen is opgewekt door middel van:
a. zuivere biomassa;
b. niet-zuivere biomassa, waarbij hij een onderscheid maakt in het biologisch afbreekbare en het niet biologisch afbreekbare gedeelte;
c. overige brandstoffen.
5. Indien in een productie-installatie biomassa wordt verwerkt, kan de producent gelijktijdig met de overlegging van het meetbericht, bedoeld in artikel 5, een verklaring overleggen waaruit blijkt dat de ingezette biomassa is gecertificeerd door middel van:
a. een certificatieschema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit accurate gegevens verschaft met het oog op de toepassing van artikel 29 van richtlijn (EU) 2018/2001; of
b. een nationaal schema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, zesde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit voldoet aan de in die richtlijn bepaalde voorwaarden.