BWBR0035843
Geldig vanaf 03-12-2014
Artikel 6
Bestuursreglement Kamer van Koophandel
1. De leden bevorderen dat zij, voorafgaand aan besluitvorming door de Kamer, in de gelegenheid zijn gesteld, hun standpunt onder elkaars aandacht te brengen.
2. De leden hebben ieder één stem.
3. De leden stemmen zonder last of ruggespraak
4. De leden bevorderen zoveel mogelijk dat besluiten van de Kamer bij unanimiteit worden genomen. Indien unanimiteit niet haalbaar blijkt, worden de besluiten genomen bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
5. Besluiten worden in beginsel genomen in een vergadering van de Kamer over een onderwerp op de agenda.
6. Een door de Kamer genomen besluit is geldig, indien ten minste twee leden aan de stemming hebben deelgenomen.
7. De Kamer neemt geen besluiten betreffende de portefeuille van een lid, als diegene afwezig is.
8. De Kamer kan besluiten nemen over onderwerpen, die niet op de agenda staan, indien deze besluiten worden genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin alle leden zijn vertegenwoordigd.
9. De Kamer kan besluiten buiten vergadering nemen, mits dit schriftelijk of elektronisch gebeurt en met algemene stemmen.
10. Indien de stemmen staken, wordt de besluitvorming – behoudens in spoedeisende gevallen in welk geval de voorzitter beslist – omtrent die aangelegenheid uitgesteld tot een volgende vergadering. Indien in de volgende vergadering blijkt dat nog steeds geen besluitvorming mogelijk is, beslist de voorzitter.
11. In spoedeisende gevallen beslist de voorzitter, zo mogelijk na consultatie van de leden. In de eerstvolgende vergadering van de Kamer wordt van deze besluiten mededeling gedaan, die in de besluitenlijst van die vergadering wordt opgenomen.
12. Ingeval van belet of ontstentenis van een lid voorziet de Kamer met instemming van de minister in een tijdelijke vervanging.
13. In geval van belet of ontstentenis van alle leden wijst de minister één of meer personen aan, die tijdelijk met het bestuur van de Kamer worden belast.
2. De leden hebben ieder één stem.
3. De leden stemmen zonder last of ruggespraak
4. De leden bevorderen zoveel mogelijk dat besluiten van de Kamer bij unanimiteit worden genomen. Indien unanimiteit niet haalbaar blijkt, worden de besluiten genomen bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
5. Besluiten worden in beginsel genomen in een vergadering van de Kamer over een onderwerp op de agenda.
6. Een door de Kamer genomen besluit is geldig, indien ten minste twee leden aan de stemming hebben deelgenomen.
7. De Kamer neemt geen besluiten betreffende de portefeuille van een lid, als diegene afwezig is.
8. De Kamer kan besluiten nemen over onderwerpen, die niet op de agenda staan, indien deze besluiten worden genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin alle leden zijn vertegenwoordigd.
9. De Kamer kan besluiten buiten vergadering nemen, mits dit schriftelijk of elektronisch gebeurt en met algemene stemmen.
10. Indien de stemmen staken, wordt de besluitvorming – behoudens in spoedeisende gevallen in welk geval de voorzitter beslist – omtrent die aangelegenheid uitgesteld tot een volgende vergadering. Indien in de volgende vergadering blijkt dat nog steeds geen besluitvorming mogelijk is, beslist de voorzitter.
11. In spoedeisende gevallen beslist de voorzitter, zo mogelijk na consultatie van de leden. In de eerstvolgende vergadering van de Kamer wordt van deze besluiten mededeling gedaan, die in de besluitenlijst van die vergadering wordt opgenomen.
12. Ingeval van belet of ontstentenis van een lid voorziet de Kamer met instemming van de minister in een tijdelijke vervanging.
13. In geval van belet of ontstentenis van alle leden wijst de minister één of meer personen aan, die tijdelijk met het bestuur van de Kamer worden belast.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035843
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl